Ik was en ben er nog hoor!

Het is heel lang stil geweest hier op deze site. Dit komt omdat ik te kampen had met hele fikse dip. In oktober vorig jaar kwam eindelijk een einde aan mijn schuldsanering, iets wat a het dubbele aantal jaren heeft geduurd dan gebruikelijk (door bepaalde regels, niet wegens een extreem bizar hoge schuld) en wat ook een belachelijk lang voortraject had, wat ook zeker niet gebruikelijk is. Ik verwachte blijdschap en opluchting maar kreeg te maken met boosheid en het feit dat ik nu pas de rust had om al die jaren te verwerken. Het is niet mis wat ik heb moeten doormaken namelijk, ook naast die schuldsanering. Dit had dus enig effect op mijn leven, mijn humeur en mijn energie. Ik had nergens meer zin in, kwam aan en had ook diverse blessures.
Het lopen werd dus een steeds grotere opgave en daar wordt je dan ook weer niet vrolijk van. Ik zat dus in een niet zo fijne cirkel zegmaar.

Dan nu even een opsomming van de evenementen/gebeurtenissen in aanloop tot m’n najaarsmarathon, want ja dat blijven we gewoon doen he?! Doel aanpassen en gaan….

Vlak na mijn marathon in Antwerpen was de eerste Johan Cruyff Run.
Hier deed ik niet aan mee als loper maar wel als vrijwilliger. Een mooi evenement met nog wel wat kinderziektes. Ik heb weer leuke nieuwe mensen leren kennen en ik stond op een goed punt om vele vrienden aan te moedigen, en de voor mij onbekende mensen natuurlijk. En als afsluiter kregen ook wij het mooie Johan Cruyff loopshirt.

In mei was het weer tijd voor de Vestingloop in Den Bosch. Een loop waar ik elk jaar het gevoel heb dood te gaan maar blijf komen vanwege de Junkie tak daar. Maar waarom ik elk jaar weer voor die 15km blijf gaan?! Dus mensen plz help me voor volgend jaar herinneren dat ik de 10km wil lopen!!
Onze Stefan Hiemstra geeft aan dat hij rustig wilt lopen aangezien hij binnenkort een trail (50km!) gaat lopen in Amerika dus op dat tempo moet trainen. We besluiten samen te gaan lopen. Zoals altijd ga ik veels te snel van start maar daar komt al snel verandering in, ik klap onwijs terug in m’n tempo. Ook ben ik misselijk en moet op een gegeven moment echt m’n flipbelt afdoen zodat ik die druk niet meer op m’n buik voel. Dit helpt overigens maar eventjes. Stefan blijft bij me en blijft me motiveren. Om de 3 kilometer staat er een verzorgingspost en daar leef ik dan ook naartoe. Maar dan is die laatste verzorgingspost er inene niet, of iig niet waar ik hem verwacht had. Ik heb zo’n ontzettende dorst, ik heb het gevoel op de Sahara rond te dolen en het huilen staat me echt nader dan wat dan ook. We weten beide dat we niet ver van de Cheerzone zijn verwijderd en dat ze daar water hebben. Stefan besluit vooruit te sprinten om drinken voor me te halen en ondanks mijn belofte het niet te doen ga ik dan toch echt heel even wandelen, heel even maar. En daar is Stefan dan weer, met twee bekertjes water. Ik ben hem zo dankbaar en biecht hem ook meteen m’n mini-wandelingetje op. Bij de Cheerzone zorgt Mari er voor dat ik een flinke dosis confetti te verwerken kreeg. Dan nog het laatste stuk afleggen, ik vind het maar een rot stuk. En dan gaan we eindelijk die laatste bocht in en trek ik, tot verbazing van Stefan die inene achter me aan moet racen, een flinke sprint.
pixlr_20171022202940835.jpg
Vermoedelijk gaat er tijdens deze lijdensweg iets helemaal fout met mijn rug want de dag erop begint de pijn wat vanaf dinsdagmiddag niet te harden is.
Wanneer ik naar huis fiets, gelukkig ben ik die dag op m’n mountainbike dus dat maakt het een heel stuk fijner allemaal….NOT!, is de pijn zo erg dat ik geen controle meer heb over de geluiden die ik uit krem.
De dag erna ben ik sowieso vrij want ik ga met mijn tante naar de Harry Potter Exhibition in Utrecht. Dit overleef ik door zoveel als mogelijk in beweging te blijven en heel veel ibuprofen.
De dag daarna, Hemelvaart, heb ik mijn allereerste wandelevenement en daar heb ik heel veel zin in. Dat laat ik zo’n vern**kte rug niet verpesten. Dus met haast een boedelbak vol medicatie ga ik op pad.
Door een zegmaar zeer opdringerige man voel ik me genoodzaakt om een andere plek te zoeken in de trein waardoor ik in gesprek raak met twee vrouwen die ook onderweg zijn naar de Oer-IJ Expeditie en ook uit Almere komen. Het klikt meteen tussen ons en ze besluiten dat ik gewoon lekker met hun moet meewandelen. Dit blijkt een zeer goed idee want we hebben heerlijk gekletst en heel veel gelachen tijdens deze 25km.
pixlr_20171022203117760

De week daarna is er de lancering van het fietsblad Bicycling. Er is een fietstocht en niemand minder dan Laurens ten Dam is hierbij aanwezig. Nou is mijn rug nog steeds niet wat het wezen moet, redt ik het niet wegens m’n werk én staat mijn racefiets met twee lekke banden (en heb ik wat dat betreft toch echt twee linkerhanden) dus ik fiets niet mee. Wel ben ik er zodra ze terug zijn want ik moet natuurlijk wel een foto scoren, het liefst eentje waar ik zelf ook op sta (met Lau dus he). Mijn moeder is groot fan van onze Lau dus tja….
Foto’s in de pocket, blad met handtekening voor mamma ook, en gewoon veel gezelligheid met Ton, Olivier, Ramiro en Imo.
pixlr_20171022203208998

En dan wordt Vlinder (een van mijn drie poezenbeesten) ziek. Dus op naar de dierenarts en ze wordt behandeld voor een blaasontsteking. Dit lijkt goed te gaan maar na een week gaat het fout. Ze plast heel veel bloed, als ze al plast. We lijken in de eerste drie dagen haast bij de dierenarts te wonen want we zijn er elke dag, soms wel een paar uur. Ze wordt door meerdere artsen onderzocht en er worden meerdere foto’s gemaakt. Alles lijkt erop dat ze stenen in d’r blaas heeft. Maar ook heeft ze schijnbaar een hernia, een navelbreuk. En die heeft ze al zeker 3 tot 4 jaar (de vorige dierenarts zag er geen problemen in. Ik ook niet want haar bult onder haar buik leek haar niet te hinderen en ik hield het al die jaren in de gaten of er geen verandering in kwam). En deze roept heel veel vraagtekens op want ze heeft duidelijk een hernia maar niemand kan achterhalen wat die bult nou is. Want alles ziet er namelijk goed uit op de foto’s, niets dat wijst op de gebruikelijke complicaties bij een navelbreuk en niets dat wijst op het feit dat ze hier last van heeft. Op dag vier, de maandag, gaat ze onder het mes. Ze ondergaat een hele zware operatie want ze verwijderen haar stenen en ze corrigeren de bizarre navelbreuk. Dinsdag en woensdag blijf ik thuis. Lekker tutten met Vlinder…..maar erg gemoedelijk is het allemaal niet. Muis is vanaf het eerste dierenarts bezoekje op tilt geslagen. Ze herkent Vlinder niet meer en is op oorlogspad. Waarbij zowel Kiwi als ik collateral damage zijn want ook wij moeten het ontgelden. Vlinder, Kiwi en ik bivakkeren dus een kleine 3 weken in de slaapkamer en Muis heeft de rest van het huis. Godzijdank komt uiteindelijk alles dan weer op z’n pootjes terecht maar het heeft even tijd nodig gehad, zeker wel 2 maanden.
pixlr_20171022203243804

Ondertussen ben ik nog steeds geblesseerd. Ik heb al sinds de marathon van Litouwen last van hielspoor. Waardoor ik 24/7 heel veel pijn heb. En door dat hele gedoe met m’n rug, daar heeft echt een zenuw klemgezeten, heb ik een blessure aan m’n rechter bovenbeen. De grote spier aan de voorkant doet pijn en ook lijkt het alsof ik haast geen kracht in mijn been ben. Ik zak met regelmaat door mijn been.
De Almere City Run staat dus op de tocht, maar hier begon het voor mij en ik wil hem niet overslaan. De 21km zit er echt niet in en ik denk de 14km ook niet. Het wordt ook heel erg warm dus ik zit niet te springen om de 7km te lopen want die start pas rond 1 uur in de middag (en daarnaast heb ik ook de verjaardag van m’n broer Niels). Ik besluit dus mijn startnummer om te zetten van de langste afstand naar de kortste afstand (op de kidsrun na dan), de 4km.
Zodra ik over de finish kom blijkt dit ook echt de beste keuze want ten eerste was het nu al (11 uur) belachelijk warm en ten tweede kreeg ik in de laatste kilometer echt last van m’n been. Na het ophalen van m’n tas zak ik er ook volledig doorheen, wat niemand opvalt gelukkig want de stress vliegt me al om de oren. Wanneer houdt dit alles eens op?!
pixlr_20171022203326591

Tijdens de 10 van Noordwijk ga ik dit jaar voor de 5km. Ik vind het maar een vreemde gewaarwording dat ik nu voor een 5km loop zenuwachtig ben. Maar ja ik heb het gevoel weer terug naar af te zijn. Op het station van Leiden kom ik Marleen tegen en die verteld dat ze naast de 5km ook de 10km zal gaan doen en dat ze de 5km rustig gaat lopen. Ze is looptrainer en heeft een aantal dames klaargestoomd voor deze 5km en geeft aan dat het misschien wel een idee is om met hun mee te lopen. Dit neemt meteen al wat zenuwen weg.
Ondanks dit normaal ver onder mijn tempo zou liggen heb ik het nu toch best zwaar. Lichamelijk heb ik gelukkig weinig last alleen ben ik weer wat langzamer geworden. Alles behalve leuk maar blij dat ik nog loop. En super blij dat Marleen me erdoorheen heeft gesleept!
pixlr_20171022203413151

Naast al het blessureleed, mijn mentale struggles, de ziekte van en de zorgen om Vlinder verliezen we ook nog eens onze geliefde Pom.
20171022_203449

Pop Up Runs Almere organiseert weer een zomeravondloop. Je kan zelf kiezen of je stopt na 1 ronde (4km), 2 rondes of 3. Ik ga net als vorig jaar voor 1 ronde. Vorig jaar voornamelijk uit luiheid en dit jaar spreekt het voor zich. Ik ga samen met Selina van start en ik vraag me op een gegeven moment af waarom we beide in hemelsnaam zo lopen te hijgen. Ik kijk op m’n horloge en begrijp wat het euvel zit…..we lopen al driekwart kilometer dik onder de 5 min./km. Na die eerste super snelle kilometer ga ik rustiger lopen en Selina houdt het nog even vol. Bij het ingaan van de 3e kilometer kom ik het zoontje van een vriend tegen. Hij heeft last van zijn zij en ik weet dat hij astma heeft. Ik spreek hem aan en blijf bij hem lopen. We kletsen wat onderweg en eigenlijk blijft hij heel stabiel lopen. Ik weet dat ik mijn koppositie voor de 4km dames allang heb ingeleverd maar liever omdat ik iemand te hulp schiet dan gewoon ingehaald te worden natuurlijk. Ik blijf gewoon lekker bij hem lopen, kan ik mezelf ook niet alsnog over de kop lopen. Vorig jaar kwam ik namelijk onverwachts als eerste vrouw over de finish en je hoopt stiekem toch dat je dat weer kan waarmaken (tuurlijk niet sukkel, lees je verhaal even na gek!). Dit jaar kom ik gewoon lekker samen met Tygo over de finish, die super heeft gelopen!
Later schiet ik nog een andere jongen te hulp die het wel heel erg moeilijk heeft. Jongens van 15/16 jaar de stoer aan het sporten zijn laten hun tranen niet zomaar de vrije loop natuurlijk. Deze jongen had zichzelf zo over de kop gerend (2 of 3 rondes) waardoor hij vlak voor de finish bijna in elkaar klapte. Ik ben erheen gesneld om te zien hoe en wat. Ik heb hem laten wandelen en knoopte een gesprek met hem aan. Hij had zoveel pijn in z’n borstkas dat hij geen lucht meer kreeg. Toen die kramp een beetje aan het wegtrekken was en hij weer wat lucht kreeg kwamen de tranen. Ik ben bij hem gebleven tot hij bij zijn tas was en het zichtbaar beter ging. Toen op de fiets gesprongen om Selina nog even te begeleiden in d’r laatste stuk van de derde ronde.

20171022_203516

En nu? Weer rust pakken? Of toch mezelf proberen te herpakken? Ik ben het vertrouwen in m’n lichaam en in mijn eigen kunnen volledig kwijt……

Advertisements

Mijn zevende marathon: Litouwen

Woensdagmiddag 7 september

Stefan, Gerben en ik reizen af naar Station Weert, het mooiste stationnetje dat ik ken, en worden daar opgewacht door de zus van Gerben. Met de auto rijden we door naar Ospel, waar de ouders van Gerben wonen. Mamma Gerben heeft al een heel feestmaal voorbereid en we worden met open armen ontvangen. Nadat we onze magen met lekker eten hebben gevuld en lekker over van alles en nog wat hebben gekletst krijgen we van Gerben een rondleiding door zijn oude woonplaats. De plek waar hij is opgegroeid. Overal zit wel een verhaal aan vast. Erg leuk om zo door een woonplaats te wandelen en al die verhalen te horen. Eenmaal terug kakken Stefan en ik aardig in dus we liggen op tijd in bed, alleen kletsen we daar toch nog even door. Blijft gek zoiets, onwijs moe zijn maar als je dan in bed ligt toch hele verhalen op weten te drommen.
De volgende ochtend gaat de wekker al zeer vroeg. Omstebeurt sluipen we de trap af naar de badkamer en vervolgens richting keuken. We ontbijten, pakken onze koffers en wandelen richting bushalte. Hop de bus uit en de trein naar Eindhoven in, daar de trein weer uit en de bus naar Eindhoven Airport in.
Daar treffen we Lennert en Annemijn. Gerben en ik zijn als eerste door de douane. We zien dat er een probleem is met het poortje waar Lennert en Annemijn doorheen willen. Ze worden na controle van hun ticket doorgelaten door een grondstewardess. Ook Stefan wilt door datzelfde poortje en ook dat gaat niet goed. Dus ook hij loopt naar de grondstewardess. We staan er allemaal bij (op een afstandje dan) en kijken ernaar. Niemand kan het gesprek tussen mevrouw de grondstewardess en Stefan horen dus het enige waaraan we zien dat er iets mis is is het gezicht van Stefan. In de paar seconden dat het duurt zien we dat het goed mis is. Stefan kijkt alsof…..ja alsof wat eigenlijk? Dan pakt hij pijlsnel zijn ticket weer aan, pakt z’n koffer en….rent weg?!
Ehm…..
Lennert krijgt van de grondstewardess te horen dat er iets mis is met zijn ticket. Iets met een verkeerde vlucht zegmaar.
Geen van ons allen weet goed hoe te reageren. We lachen maar voelen ons ontzettend rot. En wat moeten we nou doen? Wachten? We besluiten unaniem om sowieso deze vlucht te pakken en af te wachten of Stefan ook nog mee kan met deze vlucht. Wanneer we in het vliegtuig zitten krijgen we te horen dat de vlucht vol zit (beetje vervelend dat we omringt zijn met lege stoelen de gehele vlucht..) en dat hij zaterdag pas kan vliegen.

We landen op Vilnius en we pakken een mini-busje naar het centrum. Daar vraagt Gerben de weg aan iemand dat wel the coolest kid in town moet zijn met z’n uber vette Optimus Prime tattoo op z’n kuit. We zijn iets te vroeg dus duiken een falafel tent in.
Eenmaal in het appartement wordt de kamerverdeling gemaakt en ploffen we allemaal onze spullen en onszelf ergens neer. Dan maar eens even de boel verkennen. We wandelen door mooie straatjes, drinken koffie bij één van de tig koffietentjes, pakken een terrasje, doen boodschappen en gaan om 10 uur ‘s avonds maar eens koken.
Ondertussen krijgen we te horen dat Stefan toch morgenmiddag al aankomt en besluiten we dat we in de ochtend het concentratiekamp Paneriai te bezoeken. Deze twee dingen staat overigens totaal los van elkaar..
Ik stuur een berichtje hierover naar mamma en zij verteld me dat de kans erin zit dat opa hier heeft gezeten. Opa heeft in meerdere werkkampen gezeten in onder andere Litouwen. Dit maakt het voor mij een stuk moeilijker. Dit wordt ook mijn eerste keer dat ik zo’n kamp zal bezoeken dus ik was al nerveus.
Na het ontbijt vertrekken we naar de bus. Na een stuk of tig haltes stappen we uit en blijken we wel de juiste lijn te hebben maar zijn we de verkeerde kant op zijn gegaan. Dus hop de bus weer terug en we beginnen gewoon opnieuw. Eenmaal bij de juiste halte is het weer zoeken geblazen, vanaf hier moeten we een stukje lopen. Dit ‘stukje’ mondt uit in zo’n 5 kwartier dolen door het immense bos. Lang leve Google Maps komen we dan toch uit waar we wezen moeten. Ik ben best wel spiritueel ingesteld dus onderweg praat ik tegen opa, of hij wel bij me wilt blijven en me wilt steunen wanneer het me teveel en/of te zwaar wordt. Verder probeer ik zoveel mogelijk om m’n gevoelens uit te schakelen en twijfel ik of ik me wel of niet moet openstellen, om m’n spirituele deurtje op een kiertje te zetten of niet. Het is een mooi park. De zonnestralen schijnen door het prachtige bladerendek van de bomen, de vogels fluiten en er vliegen vlinders in de rondte. Het enige dat je herinnert aan het niet te beseffen drama zijn de diverse monumenten en de overblijfselen van de ‘putten’. In het kleine maar overweldigende museum wordt het heel snel duidelijk dat dit geen concentratiekamp was. Dit was een vernietigingskamp, een eindstation. Gek genoeg verdwijnt wel die steen van mijn maag, want opa heeft hier in ieder geval niet gezeten. Maar de verhalen, foto’s en het beetje beeldmateriaal kan ik amper bekijken. Ik lees overal maar een beetje en kijk een klein beetje film. Ik kan het niet. Ik weet wellicht al te veel over dit tijdperk en de pijn en verdriet snijdt door m’n hoofd en lijf. Het enige dat ik met wazige ogen kan en wil lezen is over de tunnel die gebruikt is om te ontsnappen. Deze tunnel is eerder dit jaar door middel van sonar gevonden. Dit is nieuwe informatie en uitermate interessant en indrukwekkend.
Ik gooi wat geld in de donatiebox en Gerben zegt (vraagt) dat ik maar iets in het gastenboek moet schrijven. Ik knik en ga zitten………ja wat moet je schrijven, zonder in te storten. Even m’n neus snuiten en een paar keer diep ademhalen en dan schrijf ik iets in de trant van:

‘No words to describe what to feel.
We must never forget. Love all ♡
Annemijn, Lennert, Gerben & Eva.
The Netherlands’

Ik loop naar buiten en Gerben zit verderop op een bankje voor zich uit te staren, ik laat hem maar even. Ook ik pak even een momentje om bij te trekken.
Wanneer iedereen buiten is lopen we van monument naar monument, van de ene plek waar mensen werden vermoord en verbrand naar de andere.
Ondertussen verzamel ik allerlei (kiezel)stenen als souvenirs voor m’n moeder, m’n tante en mezelf. Wij hechten hier heel veel waarde aan, dat zal dat beetje Joods bloed wel zijn dat door onze aderen kruipt.
Ik hou me bijzonder goed maar kan niet overal meteen antwoord op geven. Soms geef ik gewoon het plattegrondje of mijn telefoon (ik heb foto’s gemaakt van de plattegrond bij het museum waar de Engelse vertaling bij staat) aan Gerben omdat ik dan gewoon simpelweg niet kan uitspreken wat daar was gebeurd (pas wanneer ik de week erna bij m’n moeder thuis ben en m’n verhaal begin te vertellen stort ik in).
De terugweg gaat zoals altijd sneller, nou ja normaal lijkt het sneller te gaan maar nu waren we in 30 minuten alweer terug. Tja we hadden voor de grap niet gelezen dat we moesten overstappen op een andere bus in plaats van door het bos te wandelen. Ach ja….

Kuil waarin de Burners Brigade gevangen werd gehouden. Deze 80 gevangen (76 mannen en 4 vrouwen) hadden de taak om de lijken te verbranden. De 'ladder' werd gebruikt om daar vanaf de lichamen in het vuur te gooien. Begin 1944 begonnen zij met het graven van een 30 meter lange tunnel waar op 15 april 1944 12 gevangen door zijn ontsnapt. De rest werd of doodgeschoten tijdens de vlucht of bleven achter. Halverwege dit jaar hebben onderzoekers met behulp van sonar de tunnel weten te lokaliseren
Kuil waarin de Burners Brigade gevangen werd gehouden. Deze 80 gevangen (76 mannen en 4 vrouwen) hadden de taak om de lijken te verbranden. De ‘ladder’ werd gebruikt om daar vanaf de lichamen in het vuur te gooien.
Begin 1944 begonnen zij met het graven van een 30 meter lange tunnel waar op 15 april 1944 12 gevangen door zijn ontsnapt. De rest werd of doodgeschoten tijdens de vlucht of bleven achter.
Halverwege dit jaar hebben onderzoekers met behulp van sonar de tunnel weten te lokaliseren

Terug naar het appartement, feestmutsen op, toeters in de hand en verstoppen in de huiskamer, want Stefan is here! Gerben haalt hem op van de bushpixlr_20161105215127156alte en wij onthalen hem met veel blijdschap en gelach. Geen enkele toeter doet het maar dat mag de pret niet drukken. We eten Mexicaans bij No Forks, waar ze stiekem toch vorken hebben. Hierna hebben we afgesproken met twee jongens van de Runglorious Bastards. Een crew uit Vilnius. Het klikt al vrij snel en we struinen een paar bars af. In de laatste bar komt ook Sunny binnenlopen. Sunny zal zondag ook de marathon lopen. Uiteindelijk taaien Lennert, Annemijn en ik als eerste af.

 

Vandaag is het dan zover: we gaan onze startnummers ophalen! Eerst lopen we een beetje over de expo. Nou ja ik laat alles eigenlijk een beetje links liggen en duik alleen de Nike stand in. Daar koop ik na heel wat wikken en wegen, wel die shirtjes of niet, die schoenen of die, een paar neon groene Nike’s.
Het startnummer komt samen met een leuke stoffen aardig gevulde tas én een mooi Nike shirt. Heb ik toch een shirt..
We beplakken een aantal bloempotjes op de expo met Running Junkies stickers en ploffpixlr_20161105215225772en dan neer op een bankje in het aangrenzende parkje. Beetje mensen kijken en gewoon zitten eigenlijk. Eenmaal terug in het appartement vallen we allemaal in slaap, geen shake out run dus. Eind van de middag treffen we de jongens van Runglorious Bastards weer. We houden onze eigen pasta party. Het is ontzettend gezellig en we kletsen en lachen er op los. Zij zijn het helemaal niet gewend dat een crew (of hardlopers überhaupt) contact met hen opneemt om af te spreken. Ook het hele ‘Bridge the Gap’ kennen ze niet maar willen er alles over weten en raken steeds enthousiaster. Dan is het toch echt tijd om terug te gaan. Voorbereidingen treffen voor morgen en enigszins op tijd naar bed.

Heel vroeg in de ochtend worden we langzaam aan wakker. Gerben heeft op zaterdag al pannenkoeken staan bakken dus we hoeven weinig te doen qua ontbijt. Nou ja het wegkrijgen, dat dan weer wel. En dat heeft niks te maken met Gerbens kookkunsten want daar is niks mis mee. Maar eten zó vroeg op de morgen, ja dat gaat me niet zo best af en de pannenkoeken zijn vrij machtig dus met moeite weet ik er eentje te verorberen. Puur omdat het moet maar een tweede daar waag ik me niet aan. Ik ga douchen en maak me klaar. Wanneer iedereen zover is is het tijd om richting Katedros Aikštė (Cathedral Square) te gaan.
Daar ontmoeten we wederom de Runglorious Bastards. Na een groepsfoto en een bezoekje aan de Dixie verplaatsen we ons naar de startvakken. Het volkslied van Litouwen wordt gespeeld en ik zie verschillende vlaggendragers met alle nationaliteiten die meedoen. Onderweg raken we Lennert, Stefan en Gerben al kwijt, die staan in startvakken voor ons. Annemijn loopt de halve marathon en start vanuit hetzelfde vak als waar ik uit start. Ik ben bloednerveus en eigenlijk wil ik helemaal niet van start gaan. Annemijn moet lachen want de paniek slaat haast toe wanneer we van start gaan: oh er wordt afgeteld! Oh dat is het startschot! Oh de start is hier al!!
Ik loop een stukje op met Annemijn maar dan wijk ik, nadat ik haar succes heb gewenst en roep Tot straks!, uit naar links om me uit de meute te worstelen en toch even wat tempo te maken om een lekker plekje uit te zoeken. De marathon bestaat uit twee dezelfde rondes dus de eerste ronde gebruikt ik gewoon om te kijken waar de knelpunten zullen zitten in de tweede ronde. Ik vind het een leuk parcours. Er zit van alles in. Ik dwing mezelf ook echt om om me heen te kijken, om de omgeving te observeren. Die afleiding heb ik ook nodig. Op zo’n 12 kilometer begin je aan een lus, ook dit soort voor de nodige afleiding want ik zoek tussen de mensen naar Gerben, Stefan, Lennert en wat Bastards. Ik spot ze allemaal, we zwaaien en roepen. Wanneer ik bezig ben om de lus te verlaten kijk ik wederom naar de andere kant. Dit keer ben ik op zoek naar Annemijn. Ook haar weet ik te vinden en we geven elkaar een highfive.
Wanneer ik weer in het centrum ben is het vreemd om te zien dat het heel anders is afgezet als dan wat wij gewend zijn in Nederland. Veel winkelende mensen weten niet dat er een marathon gaande is en lopen dus gewoon de straat over. Ook loop je rakelings langs terrasjes. Ik passeer het gemeentehuis en uit de boxen klinkt een nummer van de Foo Fighters. Hier wordt ik blij van.
Ik ben nog steeds soort van blij wanneer ik weer op het plein aankom want ik voel me goed genoeg om de tweede ronde in te gaan. Iets waar ik zo mijn twijfels over had. Tevreden begin ik aan m’n tweede ronde. Op naar het stuk langs het water, oh ja eerst een stukje met grote gladde keien. Ik loop de marathon altijd op Lunarglides (Nike). Ik vind het een super fijne schoen maar de zolen erg glad, dus het stukje keien is niet bepaald mijn favoriete stukje. De brede straat die ik in de eerste ronde zo fijn vond vind ik nu een stuk minder. In de eerste ronde was het deelnemersveld hier nog niet zo extreem uit elkaar gevallen én liepen de halve marathoners ook nog mee. Nu is het een haast uitgestorven straat. Ondertussen is ook de zon doorgebroken dus alles bij elkaar maakt het ietwat lastig allemaal. In de eerste ronde heb ik met mezelf afgesproken dat ik de klim die op 9km zat en nu dus op 30km zit wandelend mag doen. Maar eerst nog door het mooie pad met de metershoge naaldbomen aan weerskanten. Dan is daar de klim, ik mag wandelen maar besluit te blijven rennen. Tot die boom en dan mag ik wandelen, maar ik blijf het punt waarop ik mag wandelen uitstellen en voor ik het weet sta ik bovenaan, om vervolgens te gaan wandelen. Het stuk richting centrum gaat op zich aardig tot ik weer bij het begin van de lus aankom. Dit keer geen hordes met mensen die aan de andere kant langs je lopen maar her en der een marathonloper die het zwaar heeft en het merendeel is aan het wandelen. Dit maakt het voor mij ook bijzonder moeilijk om te blijven rennen. Ik besluit hier dan ook een stuk te wandelen. Mijn hoofd begint te vertellen dat ik niet meer wil en ik baal er een beetje van. Ik ga niet voor een tijd, ik ga puur voor uitlopen. Dat het zwaar zou zijn wist ik van te voren dus daar ligt het probleem ook niet maar dat mijn hoofd nu gaat lopen miepen over dat ik geen zin meer heb en me begin te vervelen dat was niet de afspraak. Ik ben ondertussen weer gaan rennen en passeer een man. Deze man spreekt me aan en ondanks dat hij het duidelijk ook zwaar heeft is hij super enthousiast. Hij spreekt Litouws dus ik moet aangeven dat ik hem niet versta. Ondertussen rem ik wat af. Hij komt uit Litouwen, is net 50 jaar en loopt zijn eerste marathon. We kletsen gezellig wat en ik loop ongeveer een kilometer met hem op. Zijn doel is om binnen de 5 uur te finishen, ik kijk op mijn horloge en probeer snel wat te rekenen. We moeten nog 6km en dat moet ie ruimschoots halen in zijn streeftijd. Wanner ik hem dit vertel zie je hem nog meer opfleuren. Even later gaan we uit elkaar. Met een goed gevoel loop ik in mijn eentje verder. Op zich had ik de laatste kilometers best samen met hem uit willen lopen maar aan de andere kant ben ik ook opgelucht dat hij voor een pitstop ging en ik verder kon want het ging me toch echt te langzaam. Wanneer ik weer in het centrum aankom is de situatie nog niet veranderd. Nog steeds open mensen zomaar de straat over. Zo steekt er een man met hengel zo ineens over, voor m’n gevoel sta ik op het punt om een haak in m’n lichaam te krijgen maar het gaat net goed. Vol verbazing loop ik door, de man in kwestie heeft niets in de gaten. Zo te zien is hij gefixeerd op het mooie visplekje aan de overkant en ziet ie niet waar hij zojuist doorheen gewandeld is. Even later stuit ik op verschillende mensen met tassen vol nieuwe aankopen. Het vervelende is is dat ik lang niet meer zo wendbaar ben dan kilometers geleden. Gelukkig gaat iedereen net op tijd opzij want ik ben echt niet in staat om ze te ontwijken. Gelukkig zou ik er ook niet keihard tegen aanlopen maar zou het een zeer lullige botsing zijn met heel weinig impact. Alleen het weer op moeten starten zou vervelend zijn. Bij het gemeentehuis is er nog steeds muziek maar jammer genoeg geen Foo’s, daar had ik toch een beetje naar uitgekeken. Wanneer ik nog 2,5km moet is er weer een klim, hier wandel ik. Een vrouw langs de route spreekt me aan. Ook zij begint in het Litouws maar schakelt snel over naar het Engels. Ze vraagt hoeveel kilometer ik nog moet en hoelang ik al onderweg ben. Ze reageert uitermate trots op mijn antwoorden. Ze stuurt me weg met de woorden: And now go! You go girl! Do it for the Dutch! Girlpower!!!!
Ik steek een vuist in de lucht en roep Girlpower! en begin weer te rennen. Heerlijk dit soort mensen.
Nog een klein stukje en dan heb ik hem gehaald. Net als in Enschede moet ik dit ook echt tegen mezelf zeggen want ondanks dat het wederom zwaar was voelt het toch niet als 42,2km. Al ben ik wel op. Moe, leeg, hongerig maar voldaan. Ik stap over de finish, gooi m’n hoofd in m’n nek en sla m’n handen voor m’n gezicht. Ik slof door naar de mensen die staan te wachten met de medailles. Het meisje geeft me een hand om me te feliciteren. Ik hou haar hand in de mijne en bedank haar weer op mijn beurt. Dan hangt ze die grote medaille om mijn nek, wat is ie mooi!
pixlr
Nadat ik de rest weer heb gevonden, of zij mij, wisselen we tijdens het wandelen naar het appartement onze ervaringen uit. Iedereen springt snel onder de douche en dan door naar onze volgende dinerdate met de Bastards. We toasten op onze overwinningen en nemen na het eten afscheid van elkaar. Dit zal vast nog een vervolg krijgen. In Amsterdam, in Litouwen of waar dan ook.

Op de laatste dag hier in Litouwen besluiten we naar Trakai te gaan. Om het Island Castle te bezoeken. We strompelen de bus uit en waggelen de kleine 2km naar het kasteel. De omgeving is prachtig. Ik geniet met volle teugen. Het leuke van een kasteel is bijvoorbeeld al die ongelijke smalle (wentel)trappetjes, erg leuk een dag na je marathon. We ondergaan alles dus ook haast in slow motion en slaken her en der een kreetje of een kreun. Na ons bezoek aan deze prachtige plek bezoeken we de Gediminas Tower of the Upper Castle, deze staat ook op de medaille afgebeeld en het lijkt ons een mooie locatie om een groepsfoto mét medailles te maken.

pixlr_20161108194620810 Nog een laatste etentje bij Bukowski en dan is het tijd om de koffers weer in te pakken. Dinsdagochtend vliegen we vroeg in de ochtend weer terug naar Eindhoven.
Het waren mooie dagen met een bijzondere marathon, vol mooie herinneringen en nieuwe vriendschappen.


Oh en de man waar ik rond de 36km een stukje mee gelopen heb? Die heeft zijn streeftijd met zo’n 15 minuten verpulverd! Hij kwam ongeveer 10 minuten na mij over de finish en mijn eindtijd was 04:34:45. We hebben elkaar niet meer gezien maar we zijn dezelfde dag nog Facebook-vrienden geworden.