Marathon #8 – Antwerpen

Vrijdag
21 april vertrek ik eind van de ochtend richting Amsterdam, daar pak ik de Thalys naar Antwerpen. Ik voel me helemaal op m’n plek in m’n roze stoel met m’n regenboog haar.
5 Kwartier nadat we van Amsterdam Centraal zijn vertrokken kom ik aan in Antwerpen. Wanneer ik het station uitloop zie ik twee verlaten trossen bananen liggen en ik (Banana Eve) voel me meteen welkom hier.
Met behulp van Google Maps op m’n telefoon wandel ik naar mijn hotel. Na het inchecken verteld het meisje-achter-de-balie dat de lift defect is. Ik geef aan dat ik dit geen probleem vind, alleen misschien wel op de maandagochtend aangezien het dan de ochtend na de marathon is. ‘Ohh ga je de hele marathon lopen? Ik vind het nu al knap van je, ik kom je maandag wel helpen met je tas dan!’
Mijn kamer bevind zich op de derde verdieping en het is een prima kamer. Een tweepersoonsbed, een badkamer met een douche en er is een tv. Ik pak mijn tas deels uit, hang wat kleding op en leg mijn sportkleding op een ‘eigen’ plank. Ik pak mijn boekje met aantekeningen en begin mijn eerste wandeling te plannen.
pixlr
Via het centrum wandel ik richting de Schelde, daar loop ik in rondjes op zoek naar de ingang van de St. Annatunnel, de voetgangerstunnel die je naar de Linkeroever brengt. Het duurt even tot ik doorkrijg dat je via een gebouwtje de tunnel bereikt. Twee lange houten roltrappen brengen je naar beneden, 31,57 meter onder de grond. De tunnel zelf is een kleine 600 meter lang. Ik moet zeggen dat ik best onder de indruk ben van deze tunnel, de roltrappen zijn prachtig en de tunnel oogt erg licht en ruim.
Eenmaal weer bovengronds wandel ik naar de Expo van de 10EM / Marathon. Die tref ik vrijwel verlaten aan dus ik hoef niet lang op mijn startnummer te wachten. Nog even langs de Schelde wandelen en dan weer via de St. Annatunnel terug naar de Rechteroever. Het belangrijkste kan ik nu van mijn lijstje schrappen, het startnummer is binnen. Nu even lekker rondwandelen. In de 3,5 uur die ik vandaag wandelend afleg bezoek ik o.a. Het Steen, kom ik langs het Rubenshuis, loop ik langs de Schelde, langs de St. Joriskerk en wandel ik door de Plantentuin in de Leopoldstraat. Uiteindelijk is het om half 7 tijd voor wat eten. Ik besluit naar Falafeltof te gaan. Als ik ergens voor het eerst binnenkom wil ik graag in 1 oogopslag weten hoe het werkt, waar ik moet wezen. Wanneer ik na het eten ga afrekenen vraagt de eigenaar (denk ik) van de zaak of ik hier voor het eerst kom. Ik schiet in de lach en beaam dit feit. Het was duidelijk te zien dat ik niets begreep van de gang van zaken hier en ik me alles behalve op mijn gemak voelde. Wanneer ik hem vertel dat ik hier voor de marathon ben krijg ik te horen dat ook hij de marathon gaat lopen, zijn streeftijd is 5 uur. We nemen afscheid en hij roept ik zie je zondag!
pixlr_20170528204701471
Zaterdagochtend
Rond een uur of 10 ga ik weer aan de wandel. Ik loop langs de St. Jacobskerk maar ik krijg niet de indruk dat deze open is dus ik loop door naar de Onze Lieve Vrouwe Kathedraal. Na een klein uur genieten van al het moois loop ik weer naar buiten. Ik loop langs het Stadhuis en ga op zoek naar de Vlaeykensgang, dat was makkelijker gezegd dan gedaan. Het betreft een klein gangetje en ik loop er schijnbaar steeds langs. Plotseling zie ik het, hehe, maar het was de zoektocht wel waard zeg. Dit kleine gangetje is inderdaad een pareltje. Wanneer ik het gangetje weer verlaat komt er een hele groep toeristen inclusief gids binnen gelopen, ik heb mazzel dat ik deze plek even voor mezelf heb gehad. Eenmaal buiten valt me pas op dat er wegwijzers staan waarop dus ook de toeristische plekjes staan aangegeven……en ik maar denken dat het een onbekende verborgen schat is. Ik vervolg m’n wandeling en kom langs de St. Pauluskerk en Museum Vleeshuis, via de Schelde loop ik langs het Loodsgebouw. Ik ben op zoek naar de Tavenierkaai, daar is de Liefdesmuur. Oftewel er hangen allerlei ondergekalkte, ondergekraste slotjes aan de brug. Ik had online wel al gelezen dat er sprake van was dat alles werd verwijderd maar las ook dat er een deel bewaard zou blijven. Eenmaal daar blijkt toch alles weg te zijn. Ik loop verder naar Museum aan de Stroom (MAS) en vanaf daar loop ik langs het Kerkschip naar het Havenhuis. Een prachtig gebouw maar ik wordt er gewoon beroerd van. Hoogtevrees vanaf de grond zegmaar. Het liefst steek ik kruipend het plein over. Ik besluit om terug te gaan naar het hotel, ik heb al sinds de wandeling van gister pijn in beide grote tenen. M’n nieuwe Nike’s waar ik zo verliefd op ben, die ik maanden geleden heb gekocht en heb bewaard voor Antwerpen blijken een te smalle neus te hebben wat dus drukt op mijn teennagels. Op de terugweg kom ik langs Jumping Antwerpen, ik hou ervan. In het hotel wissel ik m’n Nike’s in voor mijn sandalen. De telefoon gaat even aan de oplader en ik probeer een handige route uit te stippelen om in een korte tijd zoveel mogelijk van mijn to-see-lijstje te strepen.
pixlr_20170528205106222
Ik begin in het Begijnhof en blijf hier een klein half uur want wat is dit genieten, wat een prachtig hof. Van hieruit loop ik richting de wijk Zurenborg, in deze wijk bevinden zich twee punten van mijn to-see-lijstje. De Dageraadplaats weet ik te vinden maar daar staat een soort mini kermisje dus er valt weinig te zien. Ook weet ik niet goed meer waarom ik dit op mijn lijst heb gezet want het lijkt me een gewoon plein. Ik loop nog wat in de rondte maar mijn navigatie is van slag. Ook heb ik er zelf niet heel veel geduld meer voor. Ik heb eerder al 4 uur in de rondte gelopen, het is ondertussen al later in de middag en ik moet nog een heel stuk teruglopen dus ik besluit het hierbij te laten zitten. Tegen de tijd dat ik weer in het centrum ben is het alweer half 6, tijd voor een momentje van rust. Ik duik een Starbucks in en bestel een cappuccino en een stuk worteltaart.
Op de terugweg naar het hotel eet ik bij Wagamama. In het hotel plof ik neer op bed en kijk ik lekker doelloos naar de tv, ik leg m’n kleding klaar voor morgen en dan ga ik slapen.
pixlr_20170528210544492
Zondag
Om kwart voor 7 loop ik al buiten, veels te vroeg maar ik ben te ongeduldig om op m’n kamer te blijven wachten. Rustig wandel ik door de stille en verlaten straten. Her en der staan er al hekken klaar en verder wordt er van alles opgebouwd. Wanneer ik bij de Grote Markt aankom, waar ik als alles goed gaat vanmiddag over de finish kom, lopen er een aantal mannen. Eentje begint wat naar me te roepen, hij vraagt of ik de marathon ga lopen. Ik knik ja en dan vraagt hij of ik echt de hele ga lopen? De hele? Echt waar? Ik lach en zeg ja echt ik ga de hele lopen. Ik heb nu al respect voor je, je gaat het redden meissie! En ik zal er zijn, ik ga je aanmoedigen! Echt waar! Ik zie je straks!
Ik bedank hem alvast en zeg oke tot straks! Ik vermoed dat ze net de kroeg uit komen rollen en dat ze tegen de tijd dat ik over de finish kom nog lekker in hun bed liggen. Ik heb gelezen dat er pontjes zijn die de lopers naar de Linkeroever brengen maar ga toch via de St. Annatunnel, mede omdat ik zo vroeg ben en dus tijd over heb maar voornamelijk omdat ik die route nou eenmaal al ken.
Veels te vroeg sta ik in het startgebied. Het is koud dus ik loop maar gewoon wat rondjes. Gelukkig ben ik niet de enige, er zijn meer vroege vogels aanwezig. In een mail stond aangegeven dat je je kleding vóór 8:15 moet inleveren. In een latere mail staat vóór 8:45. In plaats van dat ik dit navraag bij de vrijwilligers lever ik braaf mijn tas in om 8:10.
Het merendeel van mijn medelopers loopt nog rond in hun extra kleding. En ik loop rond in m’n shorts, singlet en sleeves die ik godzijdank thuis op het laatste moment nog in m’n rugtas heb gegooid. Door meerdere mensen wordt ik aangesproken , of ik het niet ontzettend koud heb? Ze krijgen het al koud als ze naar me kijken. Tuurlijk heb ik het koud, het is ook heel erg koud, het begint zelfs wat te regenen. Gewoon niet aan denken, dan voelt het meteen ook een heel stuk minder koud, gewoon niet aan toegeven. Van iedereen die me aanspreekt krijg ik een bemoedigend lachje. En dan is het eindelijk tijd om naar de startvakken te gaan. Ik ga in het startvak staan, in het vak 4:15, maar schuif dan toch een vak naar voren wie weet gaat het dit keer wel gewoon hartstikke lekker en niet zoals vorig jaar. Dus ik sta nu in het vak 3:59, het groene vak. Want ja groen….
Alle vakken zijn nog vrijwel leeg en dus ook het vak voor mij. Het rode vak met einddtijd 3:45 en daar in dat vak is zo’n 2 vierkante meter zon. Dus ik schuif weer een vak door en ga in de zon staan, net als de paar andere mensen die in dit vak staan, we staan als een soort pinguïns bij elkaar in dat ene stukje zon. We moeten er allemaal wat om lachen.
Ik stop m’n sleeves in m’n flipbelt en dan is daar het startschot. Met tranen in m’n ogen kom ik over de start, jezus begint dat nu al? Mijn gebruikelijke tactiek van ‘zo snel als mogelijk starten, uit de meute wegkomen, zo lang als mogelijk zo snel als mogelijk blijven lopen, instorten, uitrollen en met een sprintje finishen’ laat ik varen. Ik loop gewoon met de meute mee en haal alleen in als ik me echt te ingesloten voel. Na zo’n twee kilometer duiken we de Waaslandtunnel in, ook wel de Konijnenpijp. Deze tunnel ligt zo’n 37,65 meter onder de grond, of het water eigenlijk dus net als de St. Annatunnel en is zo’n 2,1 kilometer lang. Ook hier blijf ik gewoon rustig lopen en ik loop prima. Ik hang wat achter een jongen die wat heen en weer zigzagt maar ik vind het prima, zo kan ik tenminste niet te hard gaan. De eerste 20km loop ik op zich goed, ik heb nergens last van, ook niet van m’n ademhaling. Die gaat de laatste tijd niet zo lekker, waarschijnlijk omdat ik sowieso niet zo best loop. Ik heb alleen de hele tijd het gevoel alsof ik op vals plat loop, of dit zo is weet ik niet maar ik vermoed dat m’n benen toch teveel hebben gewandeld in de dagen hiervoor. Op 20km besluit ik m’n eerste gelletje naar binnen te werken. Nou ben ik niet zo van de gelletjes. M’n eerste paar marathons liep ik dan ook echt zonder gels. Wanneer ik weer begin te lopen komt er een man naast me lopen en spreekt me aan. Wat hij zegt of vraagt weet ik niet meer en dus ook niet wat ik uit beleefdheid antwoord. Dit gebeurd wel vaker dat iemand je even aanspreekt. Na een korte conversatie ga je weer je eigen weg, dezelfde weg maar beide weer in je eigen bubbeltje. De man blijft naast me lopen en zegt later weer iets. Oke….deze meneer gaat voorlopig nog niet weg begrijp ik dus ik laat m’n bubbel varen en probeer me op hem te focussen. We raken aan de praat en even later zitten we dus op de helft van de marathon. Ik begin te merken dat de conversatie voor afleiding begint te zorgen, in positieve zin. Ik hou me er niet meer zo mee bezig met hoe ik me voel, dat mijn benen zwaarder worden en ik het wellicht allemaal niet meer zo leuk vind, het toch niet zo’n goed plan vond van mezelf. De meneer heet Richard (op z’n Belgisch uitgesproken: Riechaar), is 60 jaar, loopt sinds zijn 50ste en dit is zijn +/- 40ste marathon. Hij loopt er gewoon zo’n 3 per jaar!
We kletsen over van alles. En lachen, we lachen wat af. Ben ik potverdorie gewoon aan het genieten onderweg! Moet niet gekker worden. Het publiek ziet het ook, we worden steeds samen aangemoedigd en beide zwaaien en lachen we naar de mensen. Op 27km doen we er beide net even iets te lang over om uit te rekenen dat we er gewoon nog ‘maar’ 15 hoeven! Wanneer we bij het 30km punt aankomen geeft Richard aan dat hij even moet stoppen, hij moet echt even naar de dixie dus zegt dat ik maar gewoon moet gaan. Daar voel ik dus helemaal niks voor en zeg nee hoor ik wacht hier wel. Ik neem gewoon nog een gelletje, drink wat water en snuit mijn neus. Snel duikt Richard de dixie in. Ik doe alles zoals beloofd en twijfel of ik in de tussentijd ook even mijn linkerschoen zal uitdoen om mijn sok goed te doen. Die irriteert me al een tijdje maar besluit het maar niet te doen. Wie weet komt Richard straks terug en moet ik me weer haasten om die schoen aan te doen of maak ik het sowieso erger door m’n sok nu anders aan te gaan doen. Ik laat m’n schoen dus aan. We gaan weer op pad en Richard geeft aan dat hij het fijn vind dat ik op hem heb gewacht. Ach ik vind het ook gewoon veels te gezellig en ik ga toch niet voor een tijd.
Rond 35 kilometer zijn we nog steeds druk in gesprek, op de foto’s zie ik dat ik zelfs druk met m’n armen aan het gebaren ben dus het gaat prima. In deze kilometers verwacht ik ook dat Rinus nu elk moment voorbij kan komen en ja hoor net na de verzorgingspost van de 35km komen de pacers van 4:15, waaronder dus Rinus, ons voorbij. Ik spreek Rinus nog even aan en we wensen elkaar succes verder.
Ondertussen krijgt Richard het zwaar, dit is niet zijn dag vandaag. Bij ongeveer 36,5 kilometer moet Richard weer even wandelen, steken in zijn zij zo te zien en weer geeft hij aan dat ik maar moet gaan. Ik zeg nee we zijn nu al zover gekomen, we gaan samen finishen ook! Hij glimlacht en geeft aan zo weer te kunnen lopen hoor. Ik denk dat we rond de 37km zitten wanneer we door Park Spoor Oost komen, iets wat op mijn to-see-lijstje staat maar wat ik nog niet heb af kunnen strepen, maar nu dus wel! De conversatie tussen ons is stilgevallen. Richard heeft het er gewoon simpelweg te zwaar voor dus ik laat hem met rust. Ik gebruik mijn energie om de omgeving in me op te nemen. Af en toe zeg ik wat tegen hem of stel hem een simpele vraag, om even z’n gedachten ergens anders toe te zetten dan het feit dat het moeizaam gaat. Wanneer we door Park Spoor Noord lopen (38 – 40km) verteld Richard me dat een hardloopster hier in dit park is aangevallen en nu voor het eerst weer meedoet. Dit verbaasd me want het wordt dan wel een park genoemd maar het is volledig open en vlak. We komen weer in bekend gebied want we lopen nu weer in de buurt van het Museum aan de Stroom en verdomd! Inene zie ik een soort monument / kunstwerk staan, dat zijn de hangsloten van de Tavenierkaai! Helaas dus niet op de foto kunnen zetten maar kan ik de Liefdesmuur toch maar even mooi ook van mijn lijstje strepen.
Dan draaien we de brede straat van de Orteliuskaai op. Richard verteld me dat wanneer we onder de boog van de Gazette door komen we naar links moeten en dan nog maar 200 meter hoeven. Hier staat dus ook veel publiek die ons met veel enthousiasme aanmoedigen. Richard loopt echt op zijn laatste loodjes. Ik heb geen benul van hoe laat het is dus kan totaal niet inschatten of Wilbert wel of niet in de buurt van de finish is. Ik vertel mezelf dat dit niet zo is, want daar loop ik al te lang voor en hij moet op tijd op de Linkeroever zijn voor de start van de 10EM. Toch zoek je tussen het publiek en wanneer we dan onder die boog door komen krijg ik het ook zwaar, de emoties beginnen toe te slaan, ik sta op het punt om over de finish te komen van mijn 8ste marathon. En dan ligt daar een blauwe loper en is de finish in zicht, Richard krijgt er ook wat meer energie door. We zijn er bijna! In dat laatste stukje kijk ik nog een paar keer naast me om te zien of alles nog steeds goed gaat met mijn loopmaatje en dan staan we inene aan de andere kant van de finishmat en laten we ons in elkaars armen vallen. Ietwat verdwaasd nemen we onze medailles in ontvangst en schuifelen richting uitgang. Richard bedankt me voor het feit dat ik de hele tijd bij hem ben gebleven want hij had het echt heel zwaar en had me heel erg nodig. Ik bedank hem op mijn beurt voor de gezelligheid en de fijne marathon.
We halen onze kleding op, kletsen wat en trekken wat droge kleding aan. Samen lopen we richting de tram. Ik ga terug naar de Linkeroever omdat onder andere Wilbert daar zal starten en finishen tijdens de 10EM en Richard moet terug omdat zijn auto daar nog staat. De lijdensweg van Richard zit er nog niet op, de kramp schiet er steeds in dus we wandelen steeds kleine stukjes. De tram is afgeladen dus we hoeven ons amper vast te houden, kunnen toch geen kant op. Ik sta lekker ontspannen m’n ontbijtkoek te eten en Richard staat geheel gespannen naast me. Op de roltrap besluit de kramp weer toe te slaan maar gelukkig op het moment dat ik net achterom kijk, ik kan Richard net bij z’n arm pakken en met zijn andere hand kan hij zichzelf ook net opvangen aan de reling. Schrok me rot! Samen schuifelen we weer naar het startgebied waar we dan toch echt afscheid moeten nemen. Wederom een knuffel en dan gaan we weer onze eigen weg.
Bij de startvakken ga ik op zoek naar Wilbert en ondertussen heb ik contact met Edwin. Die verteld me dat de app schijnbaar van slag was want Meike dacht dat ik was uitgestapt. Dat gaf de app aan namelijk. Mooi niet dus! Ha!
Wanneer ik het zoeken naar Wilbert opgeef kom ik Nydia, Maaike en Rianne tegen (volgens mij was er minimaal nog iemand bij maar dat verteld m’n geheugen me niet). Wanneer Nydia me ziet kijkt ze verbaasd naar m’n medaille, ik begin te lachen en zeg nee ik ben niet uitgestapt! Tijd om te kletsen is er niet want ze moeten het startvak in, dus we houden het bij knuffels, felicitaties en gelukswensen. Ik loop door en zie dan Andrea, Meike, Linda en nog meer Anita-meisjes. Wanneer Andrea me ziet begint ze te gillen van blijdschap. Ik show al van een afstand m’n medaille en de tranen branden. Ik omhels de meiden en verteld vol trots dat de app fout zat. Andrea moet lachen omdat ze ziet dat ik zulke waterige ogen krijg en semi-stiekem sta te trillen van de emoties. Meike voelt zich schuldig over de paniek die ze heeft veroorzaakt over m’n dnf (did not finish) die dus niet zo was en waar zij helemaal niks aan kon doen. Later begreep ik ook van Niels dat er ook een dns (did not start) heeft gestaan achter mijn naam dus tja.
Samen met Michel (man van Meike) en de man van Linda loop ik naar de start. Op het puntje van m’n tenen kijk ik hoe al deze lopers van start gaan en dan inene spot ik Wilbert. Ik roep hem en hij ziet me. Hij zwaait en ik zie een glimp van trots en ook soort van opluchting dat we elkaar toch even hebben gezien, of zo ervaar ik het in ieder geval haha. Dan is het wachten op alle Anita-meisjes. Ondertussen doe ik ook maar even een trainingsbroek aan en kom ik tot de ontdekking dat ik een joekel van een blaar aan de zijkant van m’n voet heb, ja die sok zat dus echt niet zo lekker. En gelukkig maar dat ik er toen niks aan had gedaan want als ik toen al een blaar had en dat had gezien had ik heel anders gelopen. Gezamenlijk lopen we naar de stand van Anita in het bedrijvendorp. Pff wat een eind lopen en wat onoverzichtelijk. In m’n eentje had ik dit volgens mij nooit gevonden. Daar raak ik in gesprek met een man die uiteindelijk mijn gegevens noteert, ‘of ik misschien een keer mee wil doen met het Anita team?’ ja hoor dat lijkt me wel wat!
Mijn gegevens worden doorgespeelt naar Marjon, die ik dus al had gesproken bij de start van de 10EM blijkt nu.
Wanneer ik zie dat Wilbert elk moment kan finishen wandel ik richting finishgebied. Daar blijkt dat ook hele grote en onoverzichtelijke boel te zijn maar dan toch spot ik hem inene. We kletsen lekker bij , maken een selfie en wandelen weer terug richting Anita. Daar wachten we op alle bekenden. Niet lang nadat Maaike, Rianne en Nydia binnen zijn gaat Wilbert richting de trein, ook Rianne blijft niet al te lang plakken nog. En uiteindelijk blijf ik als laatste gast plakken met het laatste plukkie meiden (en daarbij horende heren). Gezamenlijk lopen we naar de tram om daar een kleine chaos te treffen. Ik merk dat ik daar geen geduld voor heb, ik blijf liever in beweging. Ook krijg ik de indruk dat Meike en de rest heel ergens anders heen moeten dan waar ik heen moet dus als blijkt dat we nog wel een tijdje op de tram moeten wachten besluit ik aan de wandel te gaan. Dus ik loop het hele stuk weer terug en stuit dan wederom op een rij, dit keer bij de St. Annatunnel. Maar ook bij de andere halte van de tram staan dikke rijen dus ik sluit maar aan bij de rij van de tunnel. Blijkt deze gewoon heel snel te gaan. Dus binnen een paar minuten sta ik alweer op de roltrap. En vervolgens loop ik om half 8 de Starbucks in het station binnen. Ook hier staat een rij, allemaal mensen met de medaille van de 10EM om hun nek. Wanneer ik aan de beurt ben vraagt de jongen vanachter de balie of ik de winnaar ben, ik heb namelijk een veel grotere medaille om dan de rest, ik lach, haal m’n schouders op en zeg lekker nonchalant ehm ach ja….waarop de jongen zegt dat die allergrootste cappuccino die ik net heb besteld, die krijg ik van hem. Weer moet ik lachen en verbaasd bedankt ik hem. Wanneer mijn worteltaart en cappuccino wordt aangereikt wordt ik omgeroepen als “Eva, winnaar”. Haha dat stond niet op de beker toen ik nog bij de kassa stond.
Helaas draait er weinig in de bioscoop vanavond maar aan de andere kant verwacht ik dan toch snel in slaap te vallen dus ik kijk gewoon wat tv op de kamer en besluit vroeg te gaan slapen. En vervolgens is het inene 12 uur geweest, oh.
pixlr_20170528205453534
Maandag
De beentjes voelen goed, tuurlijk wel een lichte spierpijn in m’n bovenbenen, ik heb tenslotte wel 42,2 km gerend. Maar dat is het dan ook wel, tot nu toe.
Trap af met rugtas gaat ook prima, zelfs het laatste stukje waarin ik bijna klem zit omdat een vader en twee zoons ook zo nodig de trap naar boven nemen. Of je wacht gewoon even…ach ja.
Ik check uit en vraag tot hoelaat ik mijn tas hier kan laten. Tot zolaat je wilt zegt het meisje. Oke tot een uurtje of half 6 dan! Blij huppel ik naar buiten. Ik ga naar de dierentuin! Oehhh daar kijk ik al maanden naar uit! Wanneer ik bijna de straat uit ben besef ik me dat m’n kaartje nog in m’n rugtas zit….zucht. Dus 5 minuten later loop ik alsnog de straat uit. Op naar de ZOO!
Het is half 11 wanneer ik binnenloop en meteen al besef ik dat er heel veel schoolkinderen zijn. Heel veel, en bij bijna allemaal staat het volume op het hoogst en zijn ze irritant. Ik denk bij mezelf, ik loop me hier maanden op te verheugen, al maanden brandt dat toegangskaartje in m’n (virtuele) zak en dan krijg ik dit? Ik moet even de knop omzetten, moet dit van me afschudden want ik ben niet van plan om m’n dag hierdoor te laten verpesten. Ik maak wat foto’s van de flamingo’s en andere vogeltjes en dan draai ik me om en loop de andere richting in want het merendeel van het krijsende grut loop die ene kant op. Ik loop naar de Okapi, wat is dat toch een bijzonder dier. Ze oogt zo lief en mysterieus. Daarna loop ik een gebouwtje binnen en prompt sta ik bij de koala’s binnen. Ze slapen allebei nog maar oh wat zijn ze schattig! Nog nooit eerder zag ik een koala in het echt dus dit was 1 van de redenen waarom ik me hier zo op had verheugd. Ik besluit vanmiddag terug te komen in de hoop dat ze dan wakker zijn. Ik wandel verder door de ZOO en loop langs wat aapsoorten, zeehonden en de olifanten. Ik kom langs de leeuwen die hier onder andere een groot grasveld hebben, via de stokstaartjes kom ik bij de roofvogels en de uilen. Ook deze dieren zijn favoriet. Via de, ook slapende, rode panda’s, de katachtige zoals jaquar & amoerpanter en de volières met allerlei prachtige gekleurde vogels kom ik bij de zeeleeuwen. Er wordt een show gegeven, ik wil even binnen zitten om iets op te warmen en een beetje rust te vinden dus besluit de show bij te wonen. Ik zit dus in een zaal vol met kinderen en een aantal leraren/oppasouders. Ja sukkel wat dacht je dan? Tuurlijk zit je hier tussen de kinderen. Gelukkig valt het mee met het gegil en duurt de show misschien hooguit maar een minuut of 10. In dit zelfde gebouw bevind zich ook het nachtverblijf dus op naar de Lori’s. Vanwege deze diertjes ben ik hier. Ooit heel lang geleden, ik gok dat ik een jaar of 14 was, kwam ik een foto tegen van een baby lori. Welke soort lori het was weet ik niet meer maar vanaf dat moment was ik fan. In 2006 was ik ook hier in deze ZOO en zag ik voor het eerst een lori in het echt en werd echt helemaal hyper, wat een leuke beestjes! De Lori’s die hier zitten zijn slanke Lori’s. Ze hebben ook een plompe lori maar die heb ik niet gevonden in het struikgewas. Wanneer ik hier sta, bij al die kleine Lori’s, voel ik hetzelfde rustgevende gevoel als wanneer ik met m’n snuitje tegen het glas gedrukt sta te staren naar haaien. Alleen zijn deze diertjes zelfs grappig. Uiteindelijk weet ik mezelf los te trekken en wandel langs het aardvarken en een aantal andere nachtdieren. Ik ga het reptielenhuis in. Brilkaaimannen, diverse kikkers, hagedissen, leguanen, spinnen en schorpioenen. Wanneer je richting uitgang loopt is er een gedeelte waar leguanen en schildpadden vrij rondlopen en diverse vogeltjes vrij rondvliegen. Hierna loop ik langs dieren die ik al eerder heb gezien, terug naar de koala’s. Tot mijn vreugde zijn ze wakker, beide zitten lekker eucalyptus bladeren te eten. Het vrouwtje Guwara klimt op een gegeven moment naar beneden en gaat op een ander plekje zitten. Langs een boomstam houdt ze oogcontact en dan zie ik inene een straaltje vocht langs een andere stam naar beneden lopen. Zit die kleine boef gewoon te plassen daar. Hierna klimt ze weer naar boven om verder te eten. Vervolgens ga ik naar de vlindertuin en vrijwel meteen blijft er een grote vlinder (Parantica Vitrina) om me heen dwarrelen om uiteindelijk in het midden van m’n bril te landen. Later loop ik ook minutenlang met een grote Blauwe Morpho op m’n arm in de rondte, die ik uiteindelijk met moeite zover krijg om ergens op een blad te gaan zitten. Dan nog even terug langs de koala’s en dan langs de wasbeertjes, die ik eerder niet kon vinden maar het blijkt dat er een holle boomstam in het verblijf ligt en daar zitten ze dus vaak in. Dan langs de pelikanen en de nijlpaarden, beverratten, tapirs, neusbeertjes en weer terug naar de Lori’s. Wanneer ik na half 5 richting uitgang loop zie ik iets met een zebra-print en bedenk me dan dat ik helemaal geen zebra’s heb gezien, of giraffes. Nou zag ik wel dat er nog een gedeelte verbouwd wordt en er bepaalde dieren momenteel niet ‘zichtbaar’ waren dus denk dat dat dus de missende dieren zijn. Wanneer ik door het draaipoortje van de uitgang loop besef ik me dat ik het volledig vernieuwde gigantische aquarium ben vergeten! Ik probeer een dierentuin bezoek altijd te eindigen met het bezoek aan het aquarium vanwege de haaien en nu vergeet ik het gewoon compleet. Nou had ik toch allang besloten om hopelijk dit jaar nog nog eens terug te komen naar deze stad inclusief bezoek aan de ZOO, dus het komt wel goed.
Ik haal m’n tas op in het hotel en eet wat bij een McDonalds. Daarna zit ik natuurlijk weer veels te wachten op de Thalys om weer richting huis te gaan.
pixlr_20170528211306920
pixlr_20170528211641514

Ik heb genoten van mijn lange weekend weg en wil dit soort dingen echt vaker gaan doen, met of zonder marathon. Ook van de marathon heb ik zo ontzettend genoten, ik had dan natuurlijk ook een fijn loopmaatje.
Oh en we hebben er 4 uur, 29 minuten en 52 seconden over gedaan.

European Athletics 2016 – Like Never Before

Zondag 10 juli

Vandaag breekt de dag aan waar ik stiekem toch wel heel erg naar uit heb gekeken. Vandaag is het de dag van de Brooks 10K, een loop waar aardig wat van mijn vrienden aan mee zullen doen, een loop waar ik waarschijnlijk medailles mag uitdelen, een loop waarvoor de Running Junkies een grote Cheerzone zal creëren in het Vondelpark. Mijn shift begint om 10:30 dus ik wil uiterlijk 10:00 op het Museumplein aanwezig zijn. Maar voor die tijd wil ik bij de Junkies langs.
Nadat ik gedoucht heb werk ik m’n ontbijt naar binnen en prop ik de laatste dingetjes in mijn tas. Eenmaal in de trein heb ik contact met zowel Gaby als Sergio, die zijn beide al aan het werk. Totally in m’n hum stap ik uit op Amsterdam Zuid, pak de tram richting Museumplein, stap daar uit en ren naar het Vondelpark. Daar verras ik de reeds aanwezige Junkies met mijn bliksembezoekje.
Maar ik verras ook mezelf want mijn losse wapperende haar heb ik tijdens het rennen in de knoop gelegd. Een pluk haar zit helemaal muurvast aan de ritssluiting van mijn rugtas. Anthony en een mij onbekende meid schieten me te hulp maar we komen dan toch tot de conclusie dat de schaar erin moet. Gelukkig is die aanwezig en *knip* doei pluk! Ik ga weer verder nadat ik mijn haar eerst even in een knotje bindt. Verderop is Sophie bezig met het ophangen van borden dus ook die zeg ik even gedag en na een dikke knuffel vertrek ik weer. Ik loop via een andere route terug naar het Museumplein en ik negeer het stemmetje in mijn hoofd: Eva waarom neem je niet dezelfde route terug? Die was zo makkelijk en waarschijnlijk zelfs de snelste.
Wanneer ik het Vondelpark verlaat moet ik heel even denken maar omdat ik twee keer de Amsterdam Marathon heb gelopen komt het snel bovendrijven, ik zit nog steeds goed. Ik ren snel door en kom bij het Rijksmuseum uit. Top!
Nou ja top……de weg is natuurlijk afgezet met hekken wegens de halve marathon die momenteel door de atleten wordt gelopen. Ik kijk in de verte en zie de grote vlaggen met “Oversteek” staan. Ik ren erheen en stuit op een groep mensen die duidelijk hetzelfde doel hebben als ik heb. Het oogt alleen niet als een oversteek. De kopgroep van de lopers is al voorbij en in de verste verte is er geen loper te zien, mooi moment om over te steken zou je zeggen. Maar niets van dit alles…
Ik wil m’n medevrijwilligers niet afvallen maar in de komende hooguit 10 minuten gebeurd er zoveel en in feite niks dat ik echt zwaar over de zeik ben. Niemand wordt doorgelaten want ‘dit is geen oversteek’…ondanks dat daar de vlaggen/borden staan en waar de oversteek dan wel is daar wordt niet op geantwoord. Na een hoop geharrewar en flinke irritatie van alle partijen wens ik het overige publiek succes en bedank de meneer die zo z’n best heeft gedaan om in ieder geval mij aan de overkant te krijgen en ren weg. Ook op het volgende punt zijn de vrijwilligers niet klantvriendelijk en/of collegiaal, ik ren dus weer een stuk verder om daar buiten het oog van publiek en vrijwilligers al mopperend en vloekend toch mijn oversteek te maken. Ik ren door naar
het Museumplein, weer hekken! Maar ik had niet anders verwacht want ik kom natuurlijk vanaf ‘de verkeerde kant’ maar het tij is gekeerd want wie staat daar het hek te bewaken? Onze Gaby! We kletsen wat en ze wijst me waar het Volunteers Home is.Ik snel me erheen en ben om 10:00 daar. Om me vervolgens niet aan te mogen melden want ik ben een half uur te vroeg………………………………………………
Nou je begrijpt dat ik hem dan al helemaal heb gehad. Ik plof neer op een bankje en trek de babydoekjes uit mijn tas om me op te frissen, al dat geren, drukke gedoe en irritaties zorgt wel voor de nodige zweetdruppels. Gelukkig hebben er dan een aantal vrijwilligers pauze en laat dat nou net een grote groep Atos mensen te zijn, hoe gezellig! Ze komen bij me zitten en Marcel biedt nog aan dat hij anders alvast mijn lunchpakketje regelt.
Om kwart over 10 wordt mijn groep opgehaald (is dit niet een kwartier te vroeg? 😉 ) want we worden eerst ingezet bij de finish van de Halve Marathon. We moeten de tijdregistratiechips van de schoenen van de atleten verwijderen.
Wait what?! Oke dit vind ik cool!
Er loopt al een Poolse vrouw rond en ik help haar met haar chip, ik praat wat met haar en verwacht eigenlijk dat de meeste al binnen zijn (totaal geen tijdsbesef meer) en vraag haar hoe het is gegaan, ze mompelt wat met een heel beteuterd gezicht. Later lees ik dat zij een van de mensen is die is uitgestapt. Sorry meid, wist ik echt niet!
Dan duikt Jelle opeens op en we maken nog even een selfie en gaan verder met het gesprek waar we vanmorgen al aan begonnen waren. Tot hij ook weer naar zijn eigen plekkie moet (tribune).
Voor ons zien we eigenlijk alleen een muur van mensen waar af en toe een atleet doorheen komt. Wel hebben we zicht op het grote scherm waar we dus de finish van de eerste drie dames kunnen zien: het Goud is voor Sara Moreira – Portugal, Zilver is voor Veronica Inglese – Italië en Brons voor Jessica Augusto – Portugal.
Nadat zij binnen zijn begint het werk voor ons. Ik sta met een aantal andere vrijwilligers te stuiteren van enthousiasme. Ik vind dit zo vet haha maar mijn hemel hoeveel knopen kan je in je veters leggen?! Ik snap dat je veters onder geen beding los mogen komen maar 25 knopen?!
Nou heb ik vorige week ook mijn nagels kortgewiekt dus dat helpt ook niet bepaald. Sommige helpen je op weg, andere zijn gewoon heel geduldig en weer andere trekken hun schoen uit zodat je die gewoon staand kan ontdoen van de chip.
De finish van de mannen ontgaat me volledig (Goud: Tadesse Abraham – Zwitserland, Zilver: Kigen Kaan Özbilen – Turkije, Brons: Daniele Meucci – Italië) dus wanneer de jongen waarmee ik gehurkt op de grond zit me verteld dat hij tweede is geworden geloof ik hem op zijn woord. We kletsen er lekker op los terwijl hij zelf zijn veters losmaakt. Je bent tweede geworden en dan maak je je eigen veters los? Wat doe je? Dat moet ik doen! Hij moet er hard om lachen. Dan vraag ik hem of hij een beetje heeft genoten van Amsterdam, 21,1km sightseeing. Even kijkt hij me verbaasd aan en begrijpt dan dat ik hem weer in de zeik loop te nemen. Hij heeft er weinig van gezien zegt hij, jammer genoeg. Dus ik gooi er nog een schepje bovenop ja jeetje jongen je kan toch een beetje om je heen kijken?! We kletsen nog wat en nadat hij me een dikke bezwete knuffel geeft vertrekt hij richting kleedkamers. Nou weet ik totaal niet meer wie hij was maar in ieder geval niet een van de eerste drie mannen. Ik heb even gezocht tussen de uitslagen en ik vermoed dat het de nummer 4 is, de Poolse Marcin Chabowski. Ik help nog vele atleten, zowel met hun schoenen als met het openmaken van hun flesje water. Met sommige valt geen woord te wisselen en anderen kletsen de oren van je hoofd. Sommige moet je echt haast over je heen draperen omdat ze bijna niet meer op hun benen kunnen staan en weer anderen daar vraag je je van af of ze wel hebben meegedaan zo fris en fruitig zijn ze.
En dan is daar de blonde jongen met de Zwitserse vlag om zijn schouders. Ik vraag hem of ik hem kan helpen en hij steekt zijn schoen naar voren. Als hij ziet dat ik probeer in te schatten waar ik het best kan beginnen met al die knopen moet hij lachen en zegt laat mij maar. Dus ook met hem zit ik gehurkt op de grond. En ook met hem klets en lach ik wat af. Hij schat in 25e te zijn geworden (hij is 26e geworden lees ik later) en heeft genoten van alles. Ondanks de warmte want wat is het warm vandaag! Hij heeft dus wel het een en ander meegekregen van de stad. Ook hij knuffelt me om vervolgens niet richting kleedkamers te verdwijnen. Nee hij wordt steeds geroepen door Zwitserse fans en blijft handen schudden, praatjes maken en poseren voor foto’s. Na een tijdje loop ik naar hem toe en zeg zo kom je nooit weg he?! Met andere woorden, ga je nou eerst even opfrissen en omkleden, straks krijg je nog een opsodemieter met dit weer. Hij bedankt me nogmaals en gaat zich dan echt omkleden.
Braaf joch die Adrian Lehmann.
Als alle atleten binnen zijn maken wij ons klaar voor de Brooks 10K. De Franse Thierry, waarmee ik ook bij Atos heb gestaan, en ik veroveren de tafel helemaal aan de rechterkant. Dat is wel zo handig want dit is simpel door te geven aan de vrienden die straks bij mij hun medaille willen ophalen.
Wanneer Thierry naar het Volunteers Home gaat om onze luchpakketjes op te halen zie ik inene door de kieren van de afzetting de welbekende Meeùs shirts voorbij komen. Snel spoed (dus dat is heel snel) ik me naar het deel van de hekken waar geen doeken voor hangen en hang als een blij aapje in het hek. Ik app Lianne snel met de vraag waar ze zijn en meldt waar ik ben. Helaas zijn Lianne, Monique, Udjen en Edwin dan al voorbij. Maar wel zie ik Nicky even en later komen Joanna, Marleen, Meike en Babette aangelopen. Ik roep Joanna en die kijkt verschrikt en verward in de rondte…..’ik hoor mijn naam maar weet niet waar vandaan’. We maken even snel een foto met z’n allen en dan moeten ze door naar het startvak. Ook spreek ik Wietse nog even. Ik zie dat er wat vrijwilligers dingen voor zichzelf gaan doen en besef me dat wij voorlopig niks te doen zullen hebben dus ik ren naar de startvakken. Ik speur het veld af naar Junkie shirtjes want Mari loopt ook vandaag. Maar kan hem niet vinden. Ik stuit dan op Anoek en klets wat met haar. Ik meld dat ik Niels even ga zoeken aangezien ik al bij zijn startvak sta, draai me om en bots bijna tegen hem op. Hij had mij dus al
gevonden. Ik vertel hem waar hij z’n medaille moet ophalen straks, dus die kant waar je duim links zit en je linkeroog dus niet zit. Wanneer ik terug loop zie ik Glen, Dorothee en vrienden nog in het startvak dus ook zij weten nu waar hun medaille te verkrijgen is. Als ik terugkom komt ook net Thierry aangelopen met lunchpakketjes en koffie, ah wat lief!
En dan komen de eerste lopers binnen, ohhhhh wat heb ik hier zin in!!!!!! Ik scan alle gezichten en shirts om bekenden te spotten. Mocht ik iemand vergeten te vermelden: it’s not personal maar ik heb gewoon zoveel mensen gezien en gesproken, mijn fruitvliegenhersentjes hebben er wat moeite mee, gelukkig hebben we de foto’s nog…
De Bossche Junkies Marino, Mari (voor de mensen die zijn blog ook lezen, ja ik was dus die lieve medaille dame, duh), Esther en Gertjan (wij hadden elkaar nog nooit ontmoet maar aangezien hij in een DB Junkies shirt loopt spreek ik hem aan en stel mij netjes voor als mede-Junkie zijnde) passeren mijn straatje, net als oa Wilbert.
Ook voorzie ik  van de BTG peeps bijvoorbeeld Nikola (BURT) en Anders & Anne (NBRO) van een medaille. De Meeùs lopers worden bij mij weggehouden omdat zij geen medaille krijgen….boeeeeee…..maar ik weet Marleen, Edwin en Babette toch een medaille toe te schuiven. De medailles voor Udjen, Lianne en Joanna heb ik ookal apart gelegt (sorry organisatie maar het zijn mijn vrienden he?!) maar dan krijg ik van Udjen en Lianne te horen dat het dan toch geregeld is want Meeùs heeft hier gewoon netjes voor betaald. Glen, Dorothee en clan komen ook hun welverdiende medaille bij me
ophalen en ook Vicky krijgt zijn medaille en ik krijg een dikke kus op m’n wang als dank. Petra staat geheel toevallig in mijn rijtje dus ook zij krijgt een knuffel, medaille en later ook de foto als bewijs. En dan is Hedwig er ook! Hedwig daar hoorde ik van anderen veel over en zij heeft mijn naam ookal meerdere keren voorbij horen komen en nu ontmoeten we elkaar dan, leuk!
Ook Andrea wandelt mijn straatje in, gezellig! Ook bij David, Gerben P., Niels (moet ik hem potverdorie alsnog roepen!) en Joke hang ik een medaille om. Isabella, Niki en Tamara spotten me ook nog even en komen gedag zeggen, net als Inge van Social Mile.
En dan nog al die mensen die ik niet ken! Zo leuk hoe iedereen reageert. Sommige knuffelen me helemaal plat, sommige zoenen me op de wangen, een enkeling maakt een foto van ons samen en er is zelfs een man die roept dat hij van me houdt!
Maar ook wordt ik aangesproken door mensen die mij herkennen van Social Media. Van Instagram en/of van hier, mijn blog. Zoals bijvoorbeeld Maarten. Nadat ik hem zijn medaille omhang verteld hij me dat hij me kent van Instagram en dat hij mijn verhalen volgt. Ik ben ietwat perplex eigenlijk dus stamel volgens mij alleen een bedankje zijn kant op. Later op de dag spreek ik hem nog even via Instagram. Super leuk dat mensen naar je toe komen om te vertellen dat ze je én herkennen én je verhalen zo waarderen. En weet je? Ik waardeeer jullie! Vooral het feit dat jullie naar me toe komen om dit te zeggen, ookal reageer ik misschien ietwat terughoudend maar dat is meer door
de schok haha. Maar dank jullie wel!!!!!!!
Dan houdt de stroom lopers inene op en wachten we nog op de allerlaatste lopers. Ik kijk richting finish en zie een grote zwarte ronde ballon en daaronder loopt Seth! Huh Seth? Hoe kom jij nou achter de finish? Want ik weet dat Seth niet heeft meegelopen. Aangezien wij toch vrijwel niks meer te doen hebben ren ik erop af (alsof ik anders zou blijven staan). We begroeten elkaar met jawel de ondertussen welbekende knuffel. Ik kijk om en zie een groep mensen aankomen. Ik zie Amrit, ik zie Alex, ik zie Jori. Ook Amrit en Jori worden geknuffeld. Alex tilt me op en we knijpen elkaar haast fijn. Ik denk dat iedereen voelt wat ik voel…..zoveel liefde! Ik zie Hesdy van Patta (Amsterdam), ik zie mensen van SSideline City Runclub (Zweden), mensen van de Berlin Braves (Duitsland) en van East Laurier Running Club (Canada) en ik zie twee vrouwen, Michelle en Nicole.
Deze twee dames zijn de laatste lopers en de rest hebben hen begeleidt, gemotiveerd en aangemoedigt vanaf de Cheerzone in het Vondelpark tot hier, de eindstreep.
Dit is zo mooi en man oh man oh man oh man wat ben ik trots op onze jongens, op mijn crew en op de andere crews. Ik hou ervan en ik hou van jullie, jullie zijn fantastisch ❤

Thierry doet het trouwens belachelijk leuk als medailleuitdeler. Ik bescheur me haast nonstop. Wanneer alles erop zit mogen wij zelf ook een medaille houden en die moet Thierry dan van mij ook bij mij omhangen.
Samen met Gaby lopen we naar de tram maar na lang wachten geven we de hoop maar op. Ze rijden amper en als er wat komt is die al compleet afgeladen. We besluiten te gaan lopen. We kletsen wat af dus de wandeling is eigenlijk zo voorbij. In het Stadion raak ik Thierry helaas kwijt dus we hebben nooit onze mailadressen kunnen uitwisselen. Gaby en ik spotten Laura namelijk en besluiten haar haast te bespringen.
Ik zie dus ook totaal niet dat Udjen, Lianne, Joanna en Monique hier ook zitten dus ik reageer hetzelfde als Joanna wanneer ik inene mijn naam hoor…..
Zij hebben tickets via Meeùs gekregen dus zij zitten straks in vak Q (?). Gaby en ik lopen eerst nog even door naar het Volunteers Home in Sporthallen Zuid want daar wacht een medaille op ons. Alle vrijwilligers ontvangen een replica van de medailles die de atleten krijgen/hebben gekregen. Die van ons is vervaardigt van gerecycled ABS plastic. Ook Sergio wacht daar op ons. Wanneer we onze medaille in de pocket hebben, of om ons nek eigenlijk gaat Gaby naar huis en Sergio en ik lopen naar Vak F.
Daar zien we hoe de Nederlandse dames (Jamile Samuel, Dafne Schippers, Tessa van Schagen en Naomi Sedney) een nationaal record lopen tijdens de 4 x 100m relay, oh en ze pakken goud. GOUD!!!
Hierna is het de beurt van Sifan Hassan en zij weet de Zilveren plak te veroveren op de 1500m.
De Nederlandse mannen (Solomon Bockarie, Churandy Martina, Patrick van Luyk en Giovanni Codrington) doen het tijdens de 4 x 100m relay iets minder goed en pakken de vierde plek.
Op de 5000m zien we Dennis Licht de 12e plek pakken en op de 800m pakt Thijmen Kupers uiteindelijk de 6e plek, waar de Poolse Marcin Chabowski trouwens Zilver pakt! Na die halve marathon van vanmorgen!
En dan is het afgelopen, het EK is ten einde. Oke nog een aantal medaille ceremonies maar daar zal ik niet bij zijn vandaag.
Sergio en ik lopen naar Vak D want daar zit Niels. Het wordt een kort weerzien dit keer want Lianne, Udjen, Joanna en Monique blijken aan de andere kant te staan en moeten eigenlijk zo echt weg. En er moet nog geplast worden en er staat een hele grote massa mensen tussen ons in.We banen ons een weg naar de toiletten en al foto’s makend banen we ons weer een weg terug. En dan kom ik inene Junkie Marcel tegen. Joe das leuk want die heb ik alweer een tijdje niet gezien. Na een paar minuten met hem te hebben staan kletsen moet ik echt richting de meiden want die moeten nu echt richting meetingpoint van Meeùs om daar hun tassen op te halen. Dus ik neem afscheid van Niels en van Sergio en huppel achter de meiden aan. Had graag willen blijven maar ik wil ook heel graag tijd doorbrengen met mijn vriendinnen.
Monique zetten we af bij het metrostation en druk kletsend lopen we door. Zo druk dat ik Gerben gewoon voorbijloop en ook totaal niet hoor dat hij me roept.
Als ik het dan doorkrijg loop ik snel terug en de zoveelste knuffel is een feit alleen ook hij plukt me volledig van de straat. Tijd om bij te kletsen is er niet want we hebben echt haast. Ik kap het gesprek semi-bot af (sorry sorry sorry!!!) en sprint achter de meiden aan. Wanneer we aankomen op de afgesproken plek is er geen Meeùs meetingpoint. Ik zie de paniek toeslaan bij Udjen. Gelukkig komt er nog een vrouw aangelopen en die weet te vertellen dat het Meeùs busje echt ergens anders staat en dat zij zelf ook een busje heeft en wij er allemaal in passen en dat zij ons wel even brengt. Nouuuu was dus helemaal niet zo slecht dat ik de boel continue ophield door met iedereen te willen kletsen!
We zetten Joanna af bij de P&R in Muiden en kletsen even lekker bij tijdens de autorit naar Almere. Udjen zet me af bij busstation ‘t Oor en ondanks dat het nu al bijna 9 uur is stuiter ik nog van de energie. Mamma en Ben wonen 1 halte verderop dus ik besluit langs te gaan. Ik zet m’n Nike app aan op m’n telefoon en begin te rennen. Maar ja dat hou ik eigenlijk maar een paar honderd meter vol omdat ik vol gas ga en dat vind m’n lichaam echt niet zo leuk na zo’n week. Dus ik wandel de rest maar gewoon braaf.
Mamma en Ben krijgen een stortvloed aan verhalen over zich heen in ruil voor een kopje thee en om kwart voor 11 ga ik dan toch echt richting huis. De bus komt pas over 20 minuten dus ik besluit te gaan lopen. Op Station Almere Centrum kan ik meteen de bus instappen en om kwart voor 12 ben ik dan eindelijk weer thuis. Morgen begint m’n normale werkweek weer dus nu maar proberen te gaan slapen…

Wat heb ik een geweldige week gehad! Ik heb belachelijk ongegeneerd genoten, ik ben doodmoe geweest, ik heb mezelf de pan uitgestresst, ik heb m’n benen onder m’n lijf vandaan gelopen en gerend, ik heb gelachen, ik heb gejuicht, ik heb geschreeuwd (van blijdschap welteverstaan), ik heb me verbaasd en amazed, ik heb m’n ogen uitgekeken, ik heb zoveel mooie mensen ontmoet, ik heb een week like never before gehad.
Wat een ervaring om aan zoiets deel te mogen nemen. Dit zullen zelfs míjn fruitvliegenhersentjes nooit meer vergeten (het is immers ook na te lezen nu).
Wat een leuke vrijwilligers en wat een waanzinnige atleten.
Het was werkelijk waar een prachtig evenement en een mooi avontuur.
Lieve allemaal bedankt voor deze herinneringen, ik zal ze koesteren! Xx

De eerste Almerathon

Het is Tweede Pinksterdag en vandaag is het de dag van de allereerste Almerathon!
Dit evenement wat ik al leuk vind voordat het überhaupt van start is gegaan wordt georganiseerd door Pop Up Runs Almere, met hen liep ik ook mijn laatste duurloop voor de marathon van Enschede. Weet je wel dat stuk van Amsterdam CS naar Almere Muziekwijk. Dat was toen perfect geregeld dus dat zal het vandaag ook zijn.

Er lopen ook een aantal bekenden van mij mee. Voornamelijk mensen die ik heb leren kennen via diverse Almeerse loopevenementen zoals de WTC Trappenloop en de Almere City Run, maar dus ook mensen die ik tijdens de vorige loop heb leren kennen. Ook doet Tim mee, Tim ken ik al van voordat wij beiden begonnen met hardlopen, hardcore feesten was toen meer ons ding. Tim ken ik dan weer via zijn vriendin Naomi. Naomi is een oud collega van mij en daar zijn wij dus bevriend geraakt. Ook is Naomi weer een vriendin van mijn broer (wat wij beiden in het begin niet wisten) én van Marlous van de Halfcrazyrunners……pfff de wereld is echt petite hoor haha

De start is om 10 uur en tussen 9:15 en 9:45 kan je je startnummer ophalen dus ik zit om 8:40 op de fiets. Ik ben er heilig van overtuigd dat ik de eerste zal zijn maar als ik lekker met m’n handen in m’n zakken aan kom fietsen zie ik dat er al een grote ploeg mensen aanwezig is, ik werp nog even snel een blik op mijn horloge en kan niet anders concluderen dan dat iedereen erg enthousiast is, aangezien het pas 9:10 is.

Tim is er ookal en we kletsen er druk op los. Dan komt Henk aangefietst. Henk ken ik dus van de eerste twee Trappenlopen en van de Almere City Run en komen we elkaar ondertussen vaker tegen op evenementen. Ik verheugde me er al op om even bij te kletsen met hem, altijd gezellig namelijk. Ondertussen maken we ons klaar voor de start. Dan komt Selina aangelopen, wij kennen elkaar van de vorig keer. We kletsen bij over onze marathons. Zij heeft de marathon van Rotterdam gelopen. Samen lopen we richting start, daar zijn ze druk met de warming up. Gelukkig doet Selina daar dus ook niet aan. We staan lekker te kletsen om vervolgens maar eens een plekje te zoeken tussen de overige lopers in. We zijn ongeveer met 75 mensen. Ik ga bij Henk staan en sta in m’n handen te wrijven. Henk lacht: Eva! Heb je het nu al koud?!
Ja joh koude handen man! Ik steek m’n handen uit om ze te laten zien en we schrikken er beide van. Dit hadden we niet verwacht, even lachen we niet meer tot ik begon te grinniken en zeg nou dat is wel heel koud he?! M’n handen zien haast lijkbleek, heel bizar. Henk zijn handen voelen niet veel warmer aan maar zien er wel gezonder uit haha. Ik steek mijn handen snel in de zakken van m’n shorts, ja ik heb zakken in m’n shorts! Hoe nice is dat?! Speciaal voor die luilakken die maar wat staan te staan in een startvak ipv wat spier opwarmende oefeningen te doen. Het is ongeveer 5 voor 10 gok ik en inene klinkt het startschot. Iedereen komt haperig in beweging en overal om me heen hoor ik dezelfde verbaasde geluiden. Gelukkig maar dat m’n horloge er meer klaar voor is dan dat ik ben dus die kan ik gewoon zonder hapering aanzetten. Nou daar gaan we dan!


Wat gaan jullie eigenlijk doen? hoor ik je vragen.
Oke wacht…..ik gooi er even een copy/paste in….

Op 2e Pinksterdag 2016 (16 mei) willen we de 1e Almerathon organiseren. Het worden vier ronden om het Weerwater in Almere heen. Eén rondje is 7km, dus de maximale afstand is 28km. Concept is iets anders dan een gewone loop. Iedereen mag mee doen. Of je nu een snelle loper en ervaren bent of niet. Jong, oud, dik of dun… het maakt niet uit. Bij iedere hele ronde mag je stoppen. Wanneer je echter gelapt wordt door de koploper, dan maak je de ronde af en moet je stoppen. Klassement wordt vervolgens opgemaakt. De winnaar is natuurlijk degene die de maximale afstand zo snel mogelijk loopt.



Nou dat gaan we dus doen en we zijn van start gegaan. En hoe….ik loop veels te snel. Ik ben ergens middenin van start gegaan, denk ik, of stond ik nou vrijwel achteraan? Ik vind het nodig om voluit te lopen, ik haal dus diverse mensen in waarvan ik verwacht dat zij mij later weer zullen inhalen want dit tempo weet ik natuurlijk niet vast te houden. Dan zie ik Selina lopen en haak bij haar aan. Ook zij was verrast door de start en ook zij geeft aan veels te snel te lopen. Echt lang blijf ik niet naast haar lopen want schijnbaar moet ik nog steeds hard van mezelf. Na een kleine 2,5km wordt me door een toeschouwer medegedeeld dat ik tweede vrouw ben. Ik vermoed dat de eerste vrouw vooraan is gestart dus denk niet dat ik haar te pakken krijg. Ik weet ook echt niet hoe de concurrentie is. Niet dat ik erop uit ben om te winnen maar wil wel zo lang mogelijk lopen, het liefst alle 4 de ronden. Op 3,5 km komt Henk voorbij, ik geef aan nog maar 1 koude vinger te hebben, m’n rechter middelvinger. ‘Ach nog een halve ronde en dan zijn ze allemaal weer warm!’ roept Henk nog wanneer hij bij me wegloopt. Ik kijk semi tevreden naar m’n handen. Tot nu toe heb ik de gehele weg in m’n handen lopen wrijven, in m’n vingertopjes geknepen en zelfs in m’n handen lopen klappen. Alles om die bloedsomloop op gang te krijgen want het ziet er echt niet gezond uit. Je vraagt je dan toch af of er misschien iets geks aan de hand is, ja letterlijk.

Na zo’n 4km komt Sonja me voorbij. Ik had haar al als snel ingecalculeerd. Voor de start gaf ze aan niet te weten hoe ze zal lopen omdat ze wat last heeft van een blessure. Als ze voorbij komt roep ik: gaat lekker he, met die blessure! Vooralsnog wel antwoord ze lachend. In de verte zie ik regensluiers in de lucht hangen, ze lijken boven het Weerwater te hangen maar denk/hoop dat ze verder weg zijn. Ik vraag me af hoe de wind staat en meteen voel ik een windvlaag. Ah de regen komt dus hierheen, fijn.
Het volgende stuk ontneemt ons het zicht op het Weerwater. Wanneer ik hieruit kom, tussen de bomen vandaan kom en weer zicht heb op het Weerwater zie ik de regen haast horizontaal over het water gaan. Hardop mompel ik iets van holy shit….
Eenmaal rennend in de bui lijkt het me mee te vallen. Het is ook vrijwel van korte duur. Ik krijg wel weer meer zuurstof binnen dus daar ben ik blij mee. Ik loop op de verzorgingspost af en neem een bekertje water aan van Tamara. Ze vraagt of ik voor nog een rondje ga. Tuurlijk! Ik moet nog om het Schapenveldje heen en dan mag ik weer van start. Yes ronde twee! Ik ga nu meer op mijn eigen tempo lopen. Ik heb nog een paar lopers in zicht maar gelukkig is de route heel simpel. De tweede verzorgingspost sla ik wederom over (deze staat op ongeveer 2,5km). Er wordt me nageroepen dat ik wel voldoende moet drinken. Ik beloof bij de volgende post, bij Tamara dus, weer wat te drinken. Even later wordt ik weer ingehaald door een dame, ik loop nu dus op de vierde positie. Ach ja maakt niet uit, als ik iig die derde ronde maar kan in gaan. En daar is Tamara weer, wederom ga ik voor het water ipv sportdrank. Ze vraagt of ik nog een ronde ga doen, ik kijk achter me en geef aan dat ik het hoop want ik weet niet waar de koplopes zijn (ik moet tenslotte nog om het Schapenveldje heen en gek genoeg liep ik daar op dat korte stukje met de vorige ronde niet zo snel, of dat voelde zo). Tamara geeft aan dat ik tijd zat heb. Met een Ohhhhhhhhhhhhhh loop ik snel verder, drink braaf m’n bekertje leeg en maak een piepkleine omweg om het bekertje netjes in een prullenbak te proppen. Ik hobbel langs de schaapies richting start/finish. Ik zwaai naar Andrea en haar camera en loop tevreden door. Dan hoor ik inene een stem, voor mijn gevoel totaal uit het niets: nou is dat even mazzel hebben, wat een toeval! Ik kijk op en zie mijn moeder het bruggetje op lopen waar ik ook net op kom lopen. Ik stop, ik ben tenslotte toch al begonnen met deze ronde dus stel de koplopers komen me nu voorbij, ik mag deze ronde hoe dan ook uitlopen. Ik klets even kort met mamma en vervolg m’n weg over het fietspad, langs de flat van m’n tante. Net als voorgaande ronden kijk ik naar boven of ze toevallig net op het balkon staat. Ik zie dat in tegenstelling tot eerder nu het raam dicht is, ze is dus weg. Als ik richting het centrum loop lijk ik door m’n knie te zakken. Oh maar dit is m’n rechter knie, die mankeert niks. Dat is gek. In de volgende stappen pols ik hoe het voelt. Het lijkt weg te zijn, maar gek is het wel. Ik focus me nu maar even goed op mijn ontspanning. In m’n eentje loop ik met mijn opgespelde startnummer langs de kermis waar de exploitanten bezig zijn met het drogen en schoonpoetsen van hun attracties voordat zij open gaan.
Weer sla ik de verzorgingspost over en weer wordt me nageroepen dat ik niet moet vergeten te drinken en weer roep ik straks te zullen drinken.
Ik begin spanning te voelen rondom m’n linkerknie en uiteindelijk begint m’n hamstring van datzelfde been te trekken. Ik merk dat ik begin te hopen dat de koplopers me voorbij gaan. Als ik op zo’n 4km zit van deze ronde weet ik dat ik de volgende ronde niet meer moet gaan lopen, stel ik blijf de koplopers voor. Op de brug tuur ik achter me, waar blijven ze toch?! Ik heb last, teveel last. Geen pijn en de kans dat het wegtrekt is aanwezig maar de kans dat het fout gaat ook. Ik krijg last van m’n ademhaling en hier en daar ontglipt me zelfs een kreun bij het zetten van een stap. Ik heb het inene echt heel erg moeilijk. Het kost me echt heel veel energie om te blijven rennen, m’n tempo gaat ook op en neer en keldert soms wel heel erg. Ik wil kijken of ze eraan komen maar omkijken maakt het allemaal nog moeilijker. Dan hoor ik stemmen achter me en ze komen steeds dichterbij. Ik hoor ze tegen elkaar zeggen dat ze zo lekker ontspannen lopen. Ze komen voorbij en inderdaad het ziet er allemaal heel ontspannen en soepeltjes uit.
Ik verwacht een fietser bij de koplopers, of dat er iets tegen me wordt gezegd maar niets van dit alles. De opluchting die ik net voelde toen ze me op 19,8km voorbij kwamen verdwijnt en maakt plaats voor lichte verwarring. Dit waren ze toch wel he?! Ik moet nu toch stoppen he?! Toch?! Ik moet echt stoppen namelijk, vanwege dat been maar ik heb liever dat ik moet stoppen omdat ik ben ingehaald. Dan voelt het toch anders, dan ligt de beslissing niet bij mij. Het voelt toch een klein beetje als opgeven namelijk. Gaat nergens over maar ja leg dat maar eens uit aan jezelf.
Als ik dan weer bij Tamara aan kom staan daar al vele andere lopers en vele roepen Jaaaaaaaa Evaaaaaaa nog een klein stukje!!! Tamara houdt een bekertje water omhoog maar ik zeg ik drink zometeen wel wat. Ik sleur mezelf langs het veldje en pers er nog een soort van eindsprintje uit. Wel vraag ik nog even na de finish of dat inderdaad de koplopers waren. Wanneer dit wordt bevestigd antwoord ik met ‘mooi’. Ik klets wat na met Yvonne, Sonja en later met Henk. Als Tim langskomt grap ik ‘Tim jonguhhh ik ben allangggg binnen’. Op zich niet veel aan gelogen alleen heeft Tim wél 4 ronden gelopen.

Van de 28 vrouwen hebben slechts 2 vrouwen alle 4 de ronden gelopen en 3 vrouwen 3 ronden. Van deze 3 ben ik 2e geworden met een tijd van 01:49:42. Sonja is zo’n 9,5 minuut sneller. Zij is overigens niet ingehaald door de koplopers maar uit eigen beweging gestopt nu het nog goed voelde.

Ik ben dik tevreden en fiets nadat ik de meeste van de organisatie heb bedankt nog even langs mamma en Ben. Ik heb het koud en ik heb geen jas mee. Wel een vest en m’n Running Junkies trui maar denk dat een kop warme thee best wel even fijn is. Dus die ga ik halen, om uiteindelijk in een heet bad te belanden.

pixlr_20160523212246255
Foto door: http://www.facebook.com/RunFotodeGraaf

Bevrijdingsvuurestafette 2016

Maandag 25 april is de informatieavond over BVE 2016, normaliter (oftewel de twee voorgaande jaren) was ik hier braaf bij aanwezig, echter dit jaar heb ik op donderdag ookal een afspraak (concert) in Amsterdam dus stuur ik Wilbert ‘s morgens een berichtje met mijn afmelding en de vraag of hij wilt doorgeven dat ik bij hem in het team wil komen, ‘Tuurlijk Eva, spreekt vanzelf’ krijg ik terug. Top dat is geregeld. Uren later krijg ik de push meldingen dat ik zowel op Facebook als op Instagram ben getagd door Petra. Petra blijkt ook mee te doen en ik krijg te lezen dat Wilbert, Petra en ik een team zullen vormen die nacht. Hey dat is leuk zeg!

Dan is het opeens woensdag 4 mei. De avond hiervoor heb ik mijn tas al grotendeels ingepakt dus ik hoef vrij weinig te doen nog na m’n werk. Eenmaal thuis eet ik wat en neem ik nog even lekker een verfrissende douche. Nadat ik mijn laatste spulletjes in m’n tas moffel ga ik op pad. J*z*s wat is die tas zwaar?! WTF zit daar allemaal in joh?! Ik stap op m’n fiets en begin aan m’n 7km durende fietstocht naar Almere Stad. Ik ga voor de trein van 20:05 en daar kom ik ruim op tijd voor aan op het station. Kan ik dus in alle rust de Dodenherdenking over me heen laten komen. Zit ik niet in de trein op dat tijdstip net als vorig jaar waar toen iedereen in de coupe braaf stil was op 1 vrouw na. Die bleef op een behoorlijk volume tegen haar telefoon praten……in het DUITS! Serieus….HOE DAN?! Te bizar voor woorden om zoiets mee te maken, kan zij niet veel aan doen als ze niet uit Nederland komt maar voor ons in die trein heel raar om mee te maken natuurlijk.
Anyway…..ik zit lekker te fietsen en inene denk ik hey wat voel ik? Ik draai me richting achterband en voordat ik hem goed en wel in mijn vizier heb is het ‘prrrfft’ en ja hoorrrrrrrrr dikke vette lekke band! Godnondeju! De afgelopen maanden heb ik zoveel gedonder gehad met al m’n fietsen (mountainbike, racefiets, stadsfiets en nu een andere stadsfiets), om gek van te worden. Meestal trek ik andere ‘gewone’ schoenen aan naar een evenement om daar pas m’n loopschoenen aan te doen. Dit keer dus niet omdat je gewoon niet veel ruimte hebt in de bus. Gelukkig maar want ik kan nu dus zonder gevaar voor blaren lekker stevig doorstappen met m’n fiets aan de hand…..mopperend, dat dan weer wel. Ondertussen kijk ik continue op mijn horloge, of ik die trein nog ga halen en ik probeer in te schatten waar ik me zal bevinden als de klok op 20:00 springt. Loop nou maar door Eva, dan merk je het vanzelf. Op het moment dat de Dodenherdenking begint loop ik net op de grote parkeerplaats bij de Blowboot (ja de Almeerse coffeeshop op een boot). Er hangen wat jongeren rond die druk door kleppen, er komen twee jongens aangelopen die wel, nadat eentje op zijn horloge heeft gekeken, hun gesprek staken en lopen mij voorbij. Vervolgens komt er nog een gozer aangereden op een brommer die nog even heel stoer een aantal wheelies maakt, dit tot ongenoegen van de twee zwijgzame jongens. Aan de andere kant van de parkeerplaats staat een grote groep mensen ook heel veel kabaal te maken. En dan heb je mij…..ik sta midden op de parkeerplaats stil, met mijn fiets in de hand. Ik probeer me af te sluiten voor dit alles, probeer zo min mogelijk op mijn horloge te kijken want stiekem heb ik toch best een beetje haast en kan ik deze twee minuten niet goed missen, en tuur een beetje naar de meeuwen in de lucht.
Na de welbekende twee minuten vervolg ik mijn weg naar het station, ik heb nog drie minuten. In die drie minuten moet ik nog een klein stukje lopen, m’n fiets wegzetten, op slot zetten én m’n ovchip nog opladen! Gelukkig kom ik nog op tijd aan in Amsterdam als ik de volgende trein pak maar ja ik wil deze want voor de volgende moet ik dus weer wachten en daar ben ik veels te ongeduldig voor. Ik ren naar boven en de klok staat op 20:05. De trein staat nog op het bord. Maar er staat geen trein…..is ie net weg en moet het bord nog veranderen? Of is ie er nog niet? In de verte zie ik ook niks aankomen. Dan verschijnt er op het bord de melding ‘+5 minuten’, och ja stom! Ook de trein heeft bij het vorige station twee minuten stilgestaan. Had ik kunnen weten want dat heb ik dus vorig jaar ook meegemaakt. Hoop dat deze mensen geen kletsende Duitser in de trein hebben zitten.
Bezweet en wel stap ik in de trein, hehe en nu ontspannen! En eten, en drinken.
Bij Amsterdam Zuid stap ik uit om vervolgens weer toe te geven aan mijn eigen nieuwe traditie om iedere keer als ik daar ben de verkeerde kant op te lopen. WAAROM?! Dit is in korte tijd nou al de derde keer dat ik dit doe! En ook gewoon iedere keer een andere weg die ik vol overtuiging insla. Goed ff de navigatie aan, want ben het nu helemaal kwijt natuurlijk….ah een extra rondje wandelen om het station, gewoon via de verkeerde uitgang eruit gewandeld. Zucht….dit was echt een hele domme actie, maar kost me gelukkig niet al te veel tijd.
Eenmaal aangekomen in Sporthallen Zuid wordt ik enthousiast begroet door Marco. Na aanmelden en de mededeling dat Wilbert mijn tasje al heeft loop ik naar Wilbert en Petra. Uiteraard zit de stemming er meteen in. Gezelligheid alom. Ik gooi me even vol met water met ijsklontjes aangezien ik nu al merk last te hebben van een vochttekort, lijkt me niet handig om zo het avontuur aan te gaan.
In de bus proppen Petra en ik ons naast elkaar temidden van een lading tassen (vrouwen he….), Wilbert zit voor ons. Peet en ik kleppen er druk op los, brullen het af en toe uit van het lachen en proppen ons ondertussen vol met winegums, diverse nootjes en powershots.
In Wageningen wandelen we met z’n allen naar de ‘startvakken’. Dit jaar staan wij voor Rotterdam, blijkt. Wij vormen een grote groep met onze 71 lopers en Rotterdam valt bijzonder in het niet met hun kleine groepje. Uiteraard wordt er even gedold over voetbal maar dit gaat zeer gemoedelijk (vorig jaar stonden we bij Zwolle en daar waren twee gozers die het nodig vonden om ons behoorlijk uit te dagen over het feit dat Zwolle Ajax had ingemaakt…..jonguh ben je even vergeten waarvoor we hier allemaal staan vanavond?! Doe es ff normaal man!).
Met de Rotterdammers hebben we lol, de meligheid zit er goed in. Dan moeten we inene weer achter Rotterdam gaan staan, dit tot groot genoegen van Rotterdam uiteraard. We hebben eigenlijk niet eens voor ze gestaan maar meer naast ze. Breda staat niet al te ver achter ons. Rimco loopt voor het eerst mee, terug naar Breda uiteraard want daar woont hij. We appen waar we staan en hij zegt dat hij wel even naar ons toe komt. Na een kort praatje en een foto gaat hij weer terug naar zijn groep. Na de diverse optredens (wat elk jaar helaas slecht te volgen is voor de lopers, dit door slecht zicht en je kan er haast niks van verstaan) begint het voor ons. Stuk voor stuk worden de gemeentes naar voren geroepen om de fakkel in ontvangst te nemen. En ja hoor wij moeten toch eerder dan Rotterdam naar voren….sorry jongens. Ook hier worden grappen gemaakt over met z’n hoevelen wij zijn, dat wij nooit alleen kunnen komen. Mietjes….daar komt het op neer, en dat wij dus maar weinig hoeven te lopen omdat we zoveel lopers hebben. Zij lopen ook minder dan wij zullen doen, maar ja zij zijn dan iig wel een uurtje eerder thuis zegen ze al. Totaal geen haat en nijd hier, gewoon lekkere flauwe grappen over en weer. Met onze eigen wethouder voorop lopen we naar de Burgemeester. Die begint een heel pleidooi over hoe dol hij is op Amsterdam en hoe gek hij is van Ajax en hoe graag hij wilt dat we kampioen worden, dit waarschijnlijk tot ongenoegen van de andere steden merkt hij zelf al op. Wanneer wij wegrennen met de fakkel horen wij de omroepster zeggen: ‘Ja en wat de Burgemeester niet kon weten is dat de volgende groep Rotterdam is….’ haha en dat na zijn ophemeling over Amsterdam en Ajax 😉
Bij de bus staan de fietsen al klaar en kunnen we beginnen. Het begin vind ik altijd bijzonder stressvol. Wilbert begint meestal als loper en ik als een van de twee fietsers en dat betekend dus dat er genavigeerd moet worden. Maar voor getrut is er eigenlijk ook geen tijd dus voordat ik uberhaupt enig idee heb van waar we ons bevinden zijn we al op pad. Gelukkig starten met de eerste etappe alle groepen vrijwel tegelijkertijd dus kom ik het eerste stuk door via de navigatie van anderen. De volgende etappes gaan altijd een stuk beter, tegen die tijd weet ik wel een beetje hoe en wat haha. De eerste etappe komen we goed door, we hebben allemaal lekker gelopen en het fietsen ging ook prima, wat fris maar te doen. Ik had de mazzel om langs het water te mogen lopen en dus te maken te krijgen met diverse flarden mist. Puur genieten vind ik dat, met je hoofdlampje op rennen door de nacht om soms opgeslokt te worden door de mist. Goed even is het spannend omdat het zo dicht is dat ik niet eens meer zie waar ik mijn voeten neerzet. En het is toch een smal paadje met rechts van mij water..
Eenmaal in de bus besluit Petra te gaan slapen, ik slaap vrijwel nooit in ook maar iets wat met vervoer te maken heeft tenzij ik echt heel erg moe ben en dus eigenlijk geen keus heb. Op het moment dat de bus ergens rijdt waar de takken van de bomen over de ramen krassen en bonken schrik ik me te pletter en gooi bijna m’n bidon door de bus…..oh ik was dus in slaap gevallen want dit is best een extreme reactie. Gelukkig lag Petra niet naast me want die had ik anders wellicht een blauw oog geslagen. We hoeven nog lang niet op pad dus ik pak m’n dekentje er maar bij om me maar weer enigzins op te krullen. Dan is het tijd voor de tweede etappe, de derde maar voor ons de tweede, Wilbert gaat weer van start als loper en we hebben een nieuwe tactiek ontwikkeld, eentje fiets voor en de ander achter. Op zich vrij logisch… Ook hebben we besloten dat Petra dit maal de tweede loper is aangezien ze in de vorige etappe maar weinig kilometers heeft kunnen maken. Deze etappe is tijdens de koudste uren van de nacht en dat ontgaat me totaal niet. Ik heb me al met 5 lagen kleding uitgedost omdat ik dit dus al weet maar nog is dat niet genoeg. M’n handen en tenen hebben het het zwaarst. Wilbert en Petra zijn van functie gewisseld en ik ga voorop fietsen. We bevinden ons nu in het bos ergens in of bij Woudenberg en in de buurt van de Pyramide van Austerlitz, dit tot groot genoegen van Petra en mij aangezien wij elkaar daar voor het eerst hebben ontmoet. Ahhhhh lief he?!
We bewegen ons over een onverhard paadje waar af en toe een cementen plaat in het zand ligt verscholen. Dit gaat lange tijd goed, totdat we over een mul stukje gaan en ik dus ook niet merk dat er weer zo’n cementen kreng ligt, ik merk het pas als ik eraf ga en roep dit ook naar achter: ‘Pas op afstapje!’ Vlak daarna hoor ik een plof. Huh?! Zo dicht zit Peet toch niet achter me dat ze er nu al vanaf klettert? Ik hoor niks meer achter me dus ik stop en draai me om en probeer te zien waar ik naar kijk. Wanneer mijn oogjes zich hebben gefocust zie ik Wilbert staan met zijn fiets en zoek ik naar Petra. Ik zie haar lampjes die zij op beide armen draagt op de grond liggen en even vraag ik me nog af hoe ze dat voor elkaar heeft gekregen en waar zij dan is…..nee sukkel Petra ligt in d’r geheel op de grond! Ik probeer zo snel mogelijk dichterbij te komen, wat best lastig loopt met een fiets tussen je benen aangezien afstappen niet in me opkomt. Ze is dus gestruikeld over het opstapje, die we dus geen van beide hebben gezien. In eerste instantie lijkt het vooral de schrik te zijn die zich even meester maakt van haar maar na opstaan heeft ze toch behoorlijke pijn in haar ribben. Wilbert neemt het even van haar over en Petra en ik fietsen even samen. Om verschillende redenen balen we van wat er net is gebeurd. Ik omdat als ik de opstap had opgemerkt haar van een valpartij had kunnen behoeden en zij omdat zij uiteraard nu veel pijn heeft en omdat ze ons ophoudt….vind zij. Wilbert en ik proberen het aan haar verstand te brengen dat het geen race is, we gewoon lekker op ons eigen tempo moeten lopen en we ons aan elkaar aanpassen. Snel, minder snel, uber snel, tergend langzaam, kruipend of desnoods huppelend. Oke niet wandelend…..dat dan weer niet, dat hebben we al een keer meegemaakt en dat is echt not done! Het belangrijkste is nu gewoon dat er geen ernstige schade is. Petra neemt het nog een keer van Wilbert over tot het mijn beurt is om te lopen. Wel een heel klein beetje spannend omdat we vorig jaar tijdens deze etappe flink zijn verdwaald. Maar dit keer gaan we gewoon goed. Het eerste jaar hadden we een wandelaar, het tweede jaar een verdwaalpartij en dit jaar een duikvlucht tegen de grond. Wat zullen we voor volgend jaar eens verzinnen?
Ik heb twee favoriete momenten tijdens de Bevrijdingsvuurestafette en de eerste heb ik dus al mogen afvinken: de mistflarden, het tweede moment is de hei in de ochtend. Helaas bevind het gedeelte over de hei zich dit jaar in de even etappes en wij lopen de oneven etappes. Jammer maar het is niet anders. Ondanks dat hebben wij ook mooie routes hoor! De zon begint op te komen en wanneer ik het bos uit kom rennen is het plotseling licht. Nog een klein stukje en dan zijn we alweer bij de bus. Gelukkig ben ik ondertussen ook weer opgewarmd want in het begin van mijn loopgedeelte voelde ik mijn tenen niet meer van de kou, om ze later heel erg te voelen omdat ze in brand leken te staan en ik loop zelfs te klappertanden. Ik heb zelfs niet eens mijn vijfde laag (tweede jasje) uit willen doen.
Voor onze volgende etappe hebben we besloten om Petra te laten starten als loper. Ze kan waarschijnlijk steeds maar kleinere stukjes achter elkaar lopen tot haar rib opspeelt. We zullen dus vaker gaan wisselen.
We lopen/fietsen nu dus weer in het daglicht en dat is toch wel fijn. Voor een betere temperatuur moeten we wel nog even geduld hebben, nog steeds is het best koud maar lang niet meer zo koud als in de etappe hiervoor. Ik loop ondertussen gelukkig ook weer zonder jasje. Ik heb wel nog een longsleeve onder mijn shirtje. We zijn nu onderweg naar de ontbijtlocatie, altijd fijn natuurlijk!
Eenmaal daar staat mijn tellertje bijna op 6km dus maak ik nog een paar rondjes op de parkeerplaats om die 6km vol te maken. Ach ja moet kunnen toch?!
En dan hebben we gewoon pannenkoeken als ontbijt! Hoe fijn is dat dan?! Ik hou het weliswaar maar bij anderhalve pannenkoek aangezien we nog even te gaan hebben en ik niet graag met een volle maag loop. Na het ontbijt is het wel weer onze beurt om lekker in de bus te mogen zitten.
In onze vierde etappe slaan we na 1,5 km al de verkeerde afslag in maar Wilbert weet vanaf hier ook de weg naar Sporthallen Zuid dus ik stop de papieren met de uitgeschreven route weg en zet de navigatie op mijn telefoon uit, ook fijn hoor gewoon lekker ontspannen zo. Het is een mooie omgeving en tot twee keer aan toe komen we een te leuk trammetje tegen. Dan nog een stukje Amsterdamse Bos (ik kijk ondertussen goed om me heen of ik Junkies spot, ik acht de kans het grootst om Monique en Lianne tegen te komen. Even denk ik Monique ook te zien maar dat is niet zo) en dan zijn we alweer bij de Sporthallen. Hier verzamelen we allemaal om vanaf hier met z’n allen de laatste etappe af te leggen. Het merendeel doet dit te voet en een aantal doet dit op de fiets.
Bij de Van Hogendorphal komen we wat bij, we slepen onze spullen de bus uit om deze uit te stallen in de kantine daar. We drinken een colaatje of wat anders en kletsen met elkaar. Al eerder raakte ik in gesprek met een medeloper en we hebben het over vanalles eigenlijk. Marathons, Golden Earring, loopgroepen en dan gaat het over woonplaatsen. Ik geef aan niet in Amsterdam te wonen maar in Almere.. ‘Oh ik ook’ krijg ik als antwoord. We blijken vlak bij elkaar in de buurt te wonen, dat is ook maf!
Ondertussen is het al aardig warm aan het worden en vind ik het ook wel de hoogste tijd om het podium op te gaan. Hoe leuk ik het ook allemaal vind, ik vind het ook wel een beetje mooi geweest. Het is warm, ik begin toch wel wat vermoeid te raken en ik moet ook nog he-le-maal naar Almere reizen natuurlijk. We wandelen richting Westerpark en het is duidelijk dat niet iedereen er zo over denkt want we moeten nog een aardige tijd wachten tot de laatste pluk van de groep zich ook bij ons aansluit. Dit tot ongenoegen van haast wel iedereen als ik zo de gezichten bekijk. Hier moeten we ook nog wachten tot we echt het podium op mogen maar dat weet ik van de andere keren dus dat is niet zo erg, we zijn iig weer een stuk dichterbij. We krijgen een mooie roos en een heerlijk flesje koud water. Net als altijd heeft er ook een team van Running Blind meegelopen en een van hen wordt een andere kant op begeleidt, hij is de fakkeldrager. Wij lopen allemaal het podium op en Jeroen stapt ondertussen in een hoogwerker.
Na een leuk praatje op het podium richt iedereen zijn/haar blik op Jeroen die steeds hoger de lucht in gaat. Hij mag met de fakkel het bevrijdingsvuur ontsteken. Dit leidt toch tot wat hilariteit aangezien het toch een tijdje duurt voordat de fakkel het ornament weet te raken en dus ook echt vlam vat. Maar wat is dit mooi! En dat trotse koppie van Jeroen maakt het alleen maar mooier.
Het is en blijft een bijzonder evenement om zoveel redenen en het is een eer om hier alweer drie keer aan mee te hebben mogen doen.

De lange reis van het Westerpark naar het Centraal Station en van het Centraal Station naar Almere Stad wordt me een stuk makkelijker gemaakt wanneer Syto aanbied me een lift te geven. Toch handig dat er nog een Almeerder meeloopt dus haha. Super fijn dit en ook wel zo gezellig.

Hopelijk weer tot volgend jaar! En mensen, vrijheid is echt niet vanzelfsprekend, probeer dat te onthouden! En wees lief voor elkaar!

Beeldmateriaal oa door: Wilbert, Petra, Marco en moi

Hoelang? [Deel II] aka de Enschede Marathon

Mijn wekker gaat terwijl ik nog lekker lig te slapen, of nou ja ik heb het idee dat ik nog rechtop zit aangezien mijn fluffy kussens zo groot zijn en zo bol staan dat ik niet zo vlak lig in m’n leenbed als dat ik thuis lig. Gelukkig heeft dit mijn nachtrust niet in de weg gestaan, ik heb daarentegen wel ietwat onrustig geslapen maar dat is puur omdat ik niet in mijn eigen bedje en eigen omgeving lig. Ik kijk naar de tijd en maak snel een rekensommetje om te beseffen dat ik nog even lekker kan blijven liggen, tijd zat. Om kwart over 7 komt het eerste berichtje binnen: Mogguh, al aan het ontbijt? Het is Mari. Ik vertel hem dat ik m’n broodjes al op heb en dat mijn kopje koffie nog op m’n nachtkastje staat. Om half 8 geef ik aan dat ik maar eens wat ga doen, stofzuigen ofzo. We spreken elkaar later spreken we af. Ik loop nog wat te trutten, staar nog wat naar de tv en besef dat ik om kwart over 8 richting uitcheckbalie wilde gaan dus het is nu echt tijd om iets te gaan ondernemen, het is ondertussen 10 over half. Snel duik ik onder de douche, kleedt me aan, smeer wat vaseline her en der, pak m’n tas weer netjes in, maak nog een controle rondje door de kamer, leg het dekbed en de kussens weer netjes, zet de tv uit en krijg vervolgens de deur niet open. Nondeju…had hem toch echt van slot gedraaid hoor….oh drie rondjes opendraaien was niet genoeg want na nog een extra ere-rondje gaat ie open. De deur weer sluiten gaat ook niet makkelijk trouwens. Ik moet hem goed dichttrekken om hem op slot te kunnen draaien. Zachtjes loop ik door de gang, zachtjes aangezien ik het zelf zeer vervelend vond dat de gang zo rumoerig was gisteravond. Mensen liepen af en aan, deuren werden naar mijn mening iets te hard dichtgedaan en ze leken te stampen tijdens het lopen. Een man in trainingsbroek en een sporttas op zijn rug draait zijn kamerdeur op slot, ik glimlach en zeg: ik denk dat wij hetzelfde gaan doen vandaag. Hij neemt mij even snel in zich op en zegt ja ik denk het ook, marathon?  Samen lopen we naar de balie. Ik check uit en als ik wegloop wens ik hem succes. Dan wandel ik richting het Hendrik Jan van Heekplein. Daar in de buurt is de start maar op het plein staat Meeùs met de RunClub. Ik loop weliswaar niet via hun vandaag maar sta wel gewoon op de gastenlijst. Ik klets wat met de gastvrouw, met Colette en met een man aan het andere tafeltje. Ondanks dat ik het fijn vind dat ik bij Meeùs zit, lekker bekend en vertrouwd, voelt dit toch raar. Er is nog bijna niemand en ik ben zonder m’n gebruikelijke cluppie. Zelfs Udjen is er niet bij. Ik tuur over het plein in de hoop toch een bekend gezicht te kunnen vinden. Dan is daar Wietse, de vaste fotograaf van Meeùs, we kletsen wat en dan wordt het toch echt tijd om me te gaan klaarmaken. Er komen nog vele succes wensen binnenstromen via m’n telefoon. Ik voorzie m’n knieën met een lading Perskindol en loop weer naar beneden. Zodra ik de mobiele lounge verlaat zie ik Kim staan, super blij ren ik op haar af, dan komt ook Chantor aangelopen. Zo blij om hun beide te zien! Kim komt cheeren en Chantor loopt mee met de 10km. Met z’n drietjes lopen we richting startvakken. Ik ga in het derde vak staan, 3:45 – 4:00, dit is te snel maar om in het laatste vak te gaan staan daar heb ik ook geen zin in. Ik heb geen streeftijd dit keer, dit heb ik maanden geleden al besloten, gelukkig maar want nu die knie weer opspeelt kan ik die mezelf opgelegde druk niet gebruiken. Ik praat wat met wat mensen om me heen en zorg dat m’n horloge klaar is voor vertrek. Dan is daar het startschot. Aangezien dit niet zo’n extreem groot evenement is ben ik al snel bij de startlijn. Ik kom achter de pacers voor 3:45 te lopen, dit is veel te snel voor mij maar ik ben wel een loper die snel van start gaat, dit zo lang mogelijk probeert vol te houden, dan inkakken, uitrollen en finishen met een sprintje. Dus zolang het goed voelt probeer ik maar mee te lopen met deze pacers. Ik loop vooraan in de groep om uiteindelijk maar voorbij te gaan, het gaat me te langzaam. Tot nu toe loop ik lekker, goed heb er pas hooguit 2km op zitten maar ja als je eerst denkt dat je niet eens kan starten is dit al heel fijn. Ik sta op het punt om iemand in te halen en let totaal niet op, als ik naast hem loop kijk ik onbewust naast me, oh verhip! Ik tik hem aan, het is Sergio. Hij geeft aan dat ik te snel loop, ik moet lachen en zeg al ach ik loop nu nog lekker. Samen lopen we door. We komen langs Meeùs waar ook Kim staat, ik zwaai naar Kim en Wietse. Omdat Sergio gebruik maakt van de eerste twee drankposten doe ik dit ook. Bij een van deze twee drankposten valt m’n slokje drinken verkeerd. Sergio heeft een tijdsplan dus ik geef na zo’n 6 of 7 km aan dat hij zijn eigen plan moet volgen. Zijn jacht op de pacers van 3:30 is begonnen, ik hobbel ondertussen gewoon lekker op dit tempo door. De volgende drankposten sla ik over, ik heb tenslotte m’n eigen bidon mee. Ik had hem dit keer niet mee willen nemen maar met oog op die knie wilde ik ondanks de vele drankposten (om de 2,5 km ongeveer) toch drinken bij de hand hebben voor het geval dat ik een asprine moet innemen om dan vervolgens uit te stappen.
Vooralsnog loop ik lekker en loop ik nog steeds voor de 3:45 pacers. Er schijnen twee groepen te zijn (of ze zijn uit elkaar gevallen) want op 13km ongeveer komt de eerste groep voorbij en ik ben dik tevreden met hoe ik tot nu toe loop. Later merk ik dat er dus nog een groep achter me loopt, oh oke nou kijken hoelang het duurt voordat zij voorbij komen dan. Opeens komt er een man naast me fietsen en vraagt me hoe het gaat. Hij blijft bij me fietsen en we praten zo nu en dan wat. Ik doe het goed zegt hij. Later krijg ik door dat hij bij de pacers hoort die achter me lopen maar omdat daar alles goed gaat besluit bij mij te komen fietsen. Niet omdat het bij mij niet goed gaat maar omdat ik eigenlijk alleen loop. Vlak voor het keerpunt gaat hij langs de kant staan om na het keerpunt weer op de fiets te stappen, slim. Rond km 18 of 19 gaat de pacergroep me toch echt voorbij en daarmee verdwijnt dus ook mijn fietsmaatje. Bij km 20 gaat het fout met m’n knie, echt goed fout…fout fout zegmaar. Pijn in knie en omstreken, zelfs m’n knieholte begint te verkrampen. Ik weet niet zo goed waar ik het zoeken moet. Ik weet dat ik moet uitstappen en besluit dit dus te gaan doen zodra ik weer langs Meeùs kom. Ik heb er een kleine kilometer voor nodig om het eruit te lopen, dus zodra ik langs Meeùs, Kim en Chantor kom is het eigenlijk over. Wel geef ik aan bij Kim dat ik het nog steeds ongelooflijk koud heb waarop Kim verbaasd antwoord: Nog steeds koud?! Chantor hangt over het hek dus kom hun kant op voor een highfive en besluit toch aan de tweede ronde te beginnen. Ik weet dat er om de 5km een medische post zit van waar je met een busje terug gebracht kan worden. Ik zie dus wel hoever ik kom.
Als de zon schijnt is het heerlijk, misschien zelfs een tikkeltje te warm als hij constant schijnt dan. Maar dat doet ie niet, hij verdwijnt continue achter de wolken en dan is het fris. Maar die ijzige wind die maakt het ontzettend koud. Nog nooit heb ik het zo koud gehad onderweg. Bij km 28 speelt m’n knie weer iets op. Ik besluit dan eindelijk maar eens te stoppen met rennen om in 3 looppassen m’n knie goed te buigen. Er komt een man voorbij die aangeeft dat ik moet blijven rennen want anders koel ik teveel af. Ik geef aan het nog nooit zo koud te hebben gehad tijdens een marathon en hij beaamt dit. Hij loopt in een lange tight en longsleeve, dus het ligt niet aan mijn shorts en singlet. Dit keer is de pijn in mijn knie snel over. Wanneer ik op zo’n 31 km zit zie ik iemand langs de kant vanuit zijn stoel druk wapperen, een ander zie ik opspringen en mijn kant oprennen met een fototoestel in zijn handen. Als ik dichterbij kom herken ik Jordy! Ik gebaar terug van hey wat doe jij nou hier?! We geven elkaar een highfive en Jordy vraagt hoe het gaat, ik antwoord met: goed genoeg om niet te stoppen! Ik vervolg m’n weg naar het keerpunt. Aan de andere kant van de weg zie ik de pacers van 3:30, ik zoek naar Sergio maar zie hem niet. Ik ga ervanuit dat hij al eerder voorbij is gekomen en we elkaar hebben gemist. Even later wordt ik geroepen, het is Sergio en hij geeft aan dat zijn missie dus duidelijk niet is geslaagd. We lopen beide door. Als ik weer langs Jordy kom zit ik op 38km, dit geef ik aan bij Jordy door 4 vingers omhoog te steken en te roepen: nog 4! Jordy roept terug: En er wordt niet gewandeld Eva!! Ik lach en loop door.
De eerste lopers van de halve marathon komen eraan dus mijn aandacht trekt naar die kant van de weg, altijd fijn dat soort afleiding. Dat zie ik Jeffrey, ik roep hem en we zwaaien. Dan zie ik later ook de man die mij bij de 28km aansprak, hij wandelt. Ik roep: hey als ik niet mag wandelen, mag jij dat ook niet! Hij moet lachen maar trekt een gezicht dat aangeeft dat hij niet meer kan. We zwaaien en gaan door.
Ondertussen heb ik last van die ijzige tegenwind, het wordt zwaar nu in die laatste paar kilometers en ik begin mezelf wat op te peppen, nog maar 3 kilometer Eef! M’n knie begint ook echt moe en zwak aan te voelen. Ik heb het idee dat ik begin te hinken. Ik krijg het ook steeds kouder. Ik speur in de menigte, Babette moet hier nu toch echt ergers staan. Ik weet ook waar op een beetje op moet letten qua cheer borden en dan inene op ongeveer 40,5 km staat ze daar!! Ik zie de borden, ik zie de kleine meid van Babette, ik zie nog een blij persoon staan (deze persoon hoort voornamelijk bij Sanne kom ik later te weten). Ik kom aan en voel een dikke traan uit mijn oog ontsnappen en ik vlieg Babette om d’r hals, een dikke dikke knuffel en een dikke zoen. Ze rent met me mee en ik piep dat m’n knie nu echt niet meer wilt. Ze zegt dat ik een kanjer ben, een topper en dat ik heel goed ga, ze schiet wat foto’s en ik ga door. Nog maar een piepklein stukje te gaan…..een lang piepklein stukje. Ondanks dat het nu zwaar wordt, de kou, de wind, de vermoeide knie, moet ik mezelf echt even duidelijk vertellen dat ik nu elk ogenblik over de finish kan stappen, de finish van mijn zesde marathon alweer. Op het moment dat ik mezelf hoor zeggen (intern weliswaar) ‘Eef je hebt gewoon weer een marathon gelopen! Een fucking marathon!’ ben ik verbaasd over mijn eigen woorden.
Ik zoek naar Wietse maar zie hem zo snel niet. Dan is daar de finish, nog zo’n 150 meter te gaan. Ik begin te versnellen, wat is dat toch fijn. Ik hoor mijn naam, ik weet dat dit iemand is die mij moet kennen want je naam staat maar piepklein op je startnummer. Ik kijk en zie Arno, iemand die ik ken uit mijn pubertijd. Ik zwaai en het stemmetje in mijn hoofd verteld me hoe leuk ik het vind dat ie me heeft gespot en aangemoedigt. Dan stap ik op de finishmat, ik zet mijn horloge uit en begin aan m’n gebruikelijke nonchelante slalom-wandeling tussen de andere finishers door, maar ik breek. Ik breek, ik knak en begin haast ongecontroleerd te snikken/hyperen. Ik heb het gehaald en hoe! Eigenlijk met maar bizar weinig problemen met mijn knie, zonder het extreem zwaar te hebben gehad, zonder een groot gevecht, zonder het gevoel dat ik uberhaupt zojuist een marathon heb gelopen..meer een soort ongemakkelijke halve marathon.

Ik loop mijn zesde marathon uit in een tijd van 3:58:24
En ik ben perplex.

Voor ik doorloop naar de medailles stop ik eindelijk, voor het eerst sinds een paar uur sta ik even stil. Trillend zet ik mijn bidon op de grond om een zakdoekje uit mijn belt te plukken. De hele weg heb ik al last van een loopneus dus die wil ik nu toch echt eens snuiten. Dan op naar de medailles…een mevrouw staat er helemaal klaar voor, ik zie haar en ren op haar af. Ze roept jaaa Evaaaaaa! Ze hangt hem om mijn nek en ik kijk haar dankbaar met betraande ogen aan, ze legt haar handen op m’n schouders en zegt een hele marathon, je mag super trots zijn op jezelf meid. Ik kan alleen nog maar glimlachen en loop dan door. Dan staat daar Sergio, weer schiet ik vol. Samen lopen we druk kletsend verder. We hebben het over het publiek, wat een heerlijk publiek stond er langs te kant! Een lief publiek, een andere omschrijving heb ik er niet voor. Iedereen was zo lief en gewoon super. Ik heb bijna de hele weg mensen lopen bedanken, mensen gedag gezegd, kindjes highfives gegeven en gewoon lopen genieten. De fietser is in de tweede ronde nog een keer langs geweest ook om me aan te moedigen. We vergelijken in rap tempo onze ervaringen en gooien ons vol met water en sportdrank. Eenmaal uit het uitloopvak worden we nog voorzien van een alcoholvrije Radler. We lopen richting Meeùs, daar scheiden onze wegen. Sergio gaat terug naar zijn hotel en ik loop het terras van Meeùs op. Meteen zie ik Kim en Chantor zitten. We knuffelen en ik vertel in grote lijnen even snel de belangrijkste nieuwtjes. En hoe koud ik het nog steeds heb.
De gastvrouw ziet me en vraagt hoe het is gegaan (‘oh trouwens, ik ben Yvonne. Hoi Yvonne, ik ben Eva.’), zodra ik vol schiet slaat ze dr armen om me heen. Ze vind me zo stoer verteld ze. Ik ga naar boven om wat warms aan te doen. Eerst even wat mensen op de hoogte stellen van het eindresultaat.
Na ik denk een uurtje vertrekken Kim en Chantor en ga ik proberen wat te eten. Sinds dat verkeerd gevallen slokje drinken ben ik misselijk en ik wordt eerlijk gezegd alleen maar beroerder. Ik eet een bescheiden bordje pasta en wat salade maar knap er maar niet van op. Ik communiceer wat met mensen via Whatsapp en wacht tot Joanna klaar is met haar halve marathon. Ik ga boven op het balkon van onze lounge staan zodat ik beter zicht heb op het plein. Dan zie ik Joanna over het plein aan komen lopen. Ik zwaai m’n arm haast uit de kom maar ze ziet me niet. Snel beweeg ik me naar beneden, voor zover je je makkelijk over een trap kan bewegen met beentjes die zojuist een marathon hebben afgelegd en ik hou me in om Joanna niet tegemoet te rennen. We zijn nog zo’n 10 meter van elkaar verwijderd als zij ook mij ziet. We barsten beide in tranen uit, vanuit m’n ooghoek zie ik een groepje mensen semi verbaasd naar het tafereel kijken. Twee meiden die elkaar huilend tegemoet lopen om dan snikkend en wel in elkaars armen te vallen. Beide huilend om mijn marathon, Joanna heeft de medaille om m’n nek zien hangen dus weet dat ik het gehaald heb, de rest doet er nog niet toe en huilend om haar pr op de halve marathon, die ik op dat moment nog niet weet maar wat me al snotterend verteld wordt. We kletsen er druk op los en lachen ons rot, lekker bijkomen zo samen. Joanna vraagt me nog wel zo’n 100 keer of ik echt niks wil eten, aangezien het voor mijn doen bijzonder ongebruikelijk is om niks te eten, maar ook de smoothie valt niet lekker op de maag dus ik hou het maar gewoon bij wat water. Als we ons gereed maken om weer richting onze woonplaatsen te vertrekken biedt Wietse aan om ons een lift te geven. Dus we vouwen ons net als zijn vouwfiets met z’n drietjes in zijn auto en zetten koers naar Weesp. Ik zit achterin, ik begin wat vermoeid te raken en die maag baart me wat zorgen dus ik meng me heel weinig in het gesprek. Ik richt me voornamelijk op mijn telefoon en luister naar het gesprek tussen Joanna en Wietse. Vanwege een file wijken we af van de oorspronkelijke route en zetten we Joanna dicht bij huis af, dan is het nog maar een klein stukje naar Weesp. M’n trein is er vrijwel meteen en even later wandel ik naar huis.

De marathon waarvan ik dacht dat dit mijn tweede DNF (Did Not Finish) zou worden, ik ben in 2013 uitgestapt tijdens de halve marathon van Eindhoven nadat ik een paar weken daarvoor eigenlijk geblesseerd uit mijn eerste marathon was gekomen maar bleef doorgaan, werd mijn zesde marathon waar ik zeer tevreden op terug kan kijken.
Kom maar op met de volgende! Lithouwen here we come!!

Iedereen bedankt voor alle steun, berichtjes, cheers, knuffels, liefde en gewoon alles ❤

Hoelang? [Deel I]

Ja Hoe Lang schijnt een Chinees te zijn, maar het gaat er nu meer om hoelang mijn knie het gaat volhouden.

– De fanatieke meelezers weten dat ik in aanloop zat naar de marathon van Enschede, alweer mijn zesde marathon. Na al het gedoe, gestress en druktemakerij van mezelf was ik afgelopen week erg moe. –

Ik zit er aardig doorheen. Nog nooit zo moe geweest in de dagen voor een marathon. Door dit alles en m’n fijne doortrapfiets (de ketting slaat steeds over) krijg ik ontzettende last van mijn linkerknie. Dus de stress neemt ook alleen maar toe.
Donderdag is mijn laatste werkdag van deze week en de hoop dat ik, eenmaal thuis, eindelijk een beetje ontspan verdwijnt als sneeuw voor de zon wanneer de pijn in mijn knie haast ondragelijk is. Van pure ellende weet ik niet hoe ik moet zitten, gebogen knie, gestrekte knie, juist af en toe bewegen of stil zitten? Stilletjes kom ik eigenlijk tot de conclusie dat ik zondag helemaal niet van start kan gaan. Vermoeid kruip ik m’n bed in. Wanneer ik ontzettend moe ben slaap ik standaard op mijn rug wat dus ook betekend dat ik mijn knie strek, iets wat ik liever niet doe uit angst dan hij dan juist stijf wordt. Dus dat vooruitzicht werkt me ook al op m’n zenuwen.
‘s Morgens openen mijn ogen al veels te vroeg, dat is alles behalve handig weet ik. Het is pas half 9 en dat is echt veels te vroeg nu. Ik pak m’n telefoon-statiefje erbij, klem m’n telefoon erop en zoek op youtube waar ik ben gebleven met het bekijken van de afleveringen van St. Elsewhere. Heerlijke serie vind ik dat en ik weet dat als ik daar een tijdje naar staar wel weer in slaap val. Niet om de serie maar omdat ik moe ben en zolang ik in bed blijf liggen en gewoon ergens naar staar dan vertrek ik wel weer naar Dromenland. Ik heb dit keer anderhalve aflevering nodig maar ben dan toch echt foetsie. Om half 3 in de middag wordt ik weer wakker. Dat is een beter tijdstip. Ik had echt flink wat uur slaap nodig dus ben tevreden met deze tussenstand. Nu hopen dat ik vanavond een beetje op tijd kan gaan slapen.
Langzaamaan rek ik mijn lichaam uit de plooi en schuifel ik wat door het huis. Mijn knie is een stuk minder pijnlijk maar voelt wel zwak. Op m’n dooie akkertje begin ik aan het inpakken van mijn tas, want hoe dan ook ga ik naar Enschede. Geld voor de hotelkamer krijg ik nu niet meer terug. Wanneer ik ‘s avonds in de supermarkt loop heb ik het idee iets te voelen in m’n knie, iets wat echt niet goed is. Ik sta op het punt om in huilen uit te barsten maar dwing mezelf om me te herpakken. Je hebt morgen nog een rustdag, wacht nou maar rustig af!
‘s Nachts ben ik heel druk in Dromenland, druk met het verzinnen hoe ik nooit aan kom in Enschede of bij de start. Hoe ik onderweg schijnbaar weet te vergeten dat ik bezig was met het lopen van een marathon en hem dus nooit uitloop, hoe m’n knie versplintert onderweg en ga zo maar door. Ik sta dus heerlijk uitgerust op zaterdagochtend.
Nadat ik de laatste dingen heb ingepakt, een oranje smoothie naar binnen heb gewerkt (sinaasappelsap, gember en wortel), nog even wat boodschappen heb gedaan en de katten verzorgd en weer eens voorgelogen heb, Mamma komt zo weer terug!, wandel ik naar Station Oostvaarders. Vanaf daar reis ik naar Zwolle om daar over te stappen op de trein naar Enschede. Ik zit in een heerlijk rustige trein en geniet van het stuk tussen Almere en Lelystad, dit is een natuurgebied en ik zie vele herten, runderen en paarden. De trein vanaf Zwolle is afgeladen…..hoezo moeten er zoveel mensen die kant op op een zaterdagmiddag?! Wanneer we wegrijden bij het station van Wierden zie ik op het fietspad een hardloper liggen, de man ligt op zijn zij en ziet er vrijwel roerloos uit. Gelukkig is een mevrouw hem al tegemoet gesneld, ik zie dat ze gehurkt naast hem heeft gezeten en op het moment dat ik dus voorbij kom staat ze net op en rent weg. Ik krijg de indruk dat er gecommuniceerd is (want volgens mij roept ze nog iets achterom naar de man als ze wegrent) en dat ze dus hulp gaat halen. Ik krijg een knoop in m’n maag, wat een rot gezicht en aangezien ik echt net wegrij van dit station kan ik helemaal niks doen. Ben dus erg blij dat die mevrouw al in aktie is gekomen.
Nog een half uurtje en dan ben ik in Enschede, ik kijk nog even op Google Maps waar ik ook alweer moet wezen. Ik heb het al tig keer bekeken maar geloof dat het nu pas aankomt allemaal. Waar ik mijn startnummer moet ophalen is vlakbij het station en mijn hotel zit daar weer vlak naast. Mijn eerdere plan gooi ik dus opzij. Ik was eerst van plan om naar het hotel te gaan, in te checken, m’n tas te dumpen en dan m’n startnummer op te halen maar zie nu pas dat ik dan heen en weer blijf lopen, gaat ook een beetje nergens over dus. Eenmaal in Enschede aangekomen loop ik richting het Saxion, nondeju wat een ijzige kl*te wind staat er zeg! Ongeduldig trek ik tijdens het lopen m’n uitgeprinte bevestigingsmail uit m’n tas zodat ik dat binnen niet meer hoef te doen. Toen ik nog in de trein zat had Sergio me al gewaarschuwd voor de lange rij met de mededeling dat ik die gewoon voorbij moest lopen want die rij betreft de nainschrijvingen en tja wij staan natuurlijk al maanden ingeschreven. Eenmaal in de goede ruimte aangekomen moet ik heel goed opletten waar ik moet wezen, focussen op de teksten op de bordjes boven de tafels zo zonder bril is altijd lastig. Eigenlijk soort van haast letterlijk loop ik blindelings achter een motormuis aan en inderdaad ook hij gaat voor de hele marathon. Er staat vrijwel niemand bij die tafel, als ik aankom is die meneer al voorzien van zijn startnummer maar de twee vrijwilligers worden aan de praat gehouden door een andere man. Ik wacht dus braaf af. De vrijwilliger die achter de tafel staan ziet mij staan en zegt: kom maar hoor meid. Waarop ik glimlach en hem mijn papiertje overhandig. Hij glimlacht en zegt tegen zijn collega: ‘goh wat een bescheidenheid zeg! Gaat de hele marathon lopen en dan toch zo bescheiden blijven’ en hij knipoogt naar me. Ik moet lachen en we raken wat aan de praat. Nadat ik met nee antwoord op de vraag of ik bekend ben in Enschede verteld hij me waar ik morgen moet wezen en wanneer hij de naam van een bepaalde toren noemt  waar ik op moet letten trekt hij een gezicht van ja ik weet ook niet waarom dat ding zo heet. Hoe dat ding heet weet ik een paar seconden later al niet meer en het is ook nooit meer teruggekomen.
We wensen elkaar een fijne dag en ik wandel naar het hotel.. Enthousiast stap ik naar binnen om meteen al te beseffen dat ik verkeerd zit. Met mijn grote rode tas wandel ik rechtstreeks het restaurant binnen, gelukkig is het amper 4 uur in de middag dus er zit niemand binnen. Achterin staan twee werknemers, een man van ik gok eind veertig en een jong joch. Ik zeg tegen de man dat ik het flauwe vermoeden heb dat ik via de verkeerde deur binnen ben gekomen. Hij moet lachen en zegt geeft helemaal niks hoor. Hij kan me ook vanaf daar inchecken verteld hij. Ook hij krijgt een uitgeprinte bevestiging in zijn handen gedrukt en daar blijkt totaal geen nuttige info op te staan. Ik zie z’n ogen alle kanten van het papiertje bestuderen en zeg lachend: goh en dan denk je goed voorbereid op pad te zijn gegaan… Na het noemen van mijn naam ziet hij die in het boek….ja boek ja, heerlijk ouderwets met de hand geschreven zelfs. Hij geeft me mijn papiertje terug waarop ik antwoord ach ja want daar heb je toch niks aan. Hij pakt mijn sleutel….ja ook gewoon een sleutel! Niks geen keycard!….en hij loopt met me mee naar mijn kamer. Vraagt nog of hij m’n tas moet dragen maar nee joh hoeft niet hoor! De jongere jongen heeft schijnbaar alles staan volgen en glimlacht geamuseerd naar me. Onderweg naar m’n kamer hebben we het over de marathon want zoals ik al had verwacht ben ik niet de enige marathonner die bij hun overnacht. Hij verteld me dat morgenochtend een groep mensen een warm-up run gaan doen in het park hiernaast. Oh oke leuk om te weten zeg ik maar ik wordt al moe als ik eraan denk haha.

Hij sluit de deur achter zich en dan kan ik eindelijk een serieuze poging wagen om te ontspannen. Ik kwak m’n tassen op het bed en spiek om de deur van de badkamer. Whoehoe ik heb een bad!! Ik plof neer op bed om daar even te blijven liggen. Vervolgens trek ik alles uit mijn tas om m’n spullen op chronologische volgorde neer te leggen. Ik pak m’n boek en plof wederom neer op bed. Het plan is om het boek meteen helemaal uit te lezen (ik ben een snelle lezer ook) en ik vermoed dat dit wel moet lukken, ben wel een beetje bekend met de schrijfstijl van in ieder geval een van de twee schrijvers en ik ken beide schrijvers. Ik heb het dus over het boek Run Baby Run van Nydia van Voorthuizen en Hans Nijenhuis. Nydia is een van onze Junkies en Hans heeft deel uitgemaakt van het Dreamteam van Runner’s World. Het Dreamteam waar ook Nydia en Udjen deel van uitmaakten.
Nadat ik een paar pagina’s heb verslonden trekt mijn aandacht toch even richting tv. Ik heb thuis geen tv-abonnement dus ik zet hem aan om gewoon domweg te staren naar een bewegend scherm. Mijn hoofd is toch nog net iets te onrustig om te kunnen lezen en ik wil het boek toch echt heel bewust lezen. Ik stop het weer netjes weg in m’n tas zodat er niks mee kan gebeuren.
Na een paar rondjes te hebben gezapt (nope ik hoef echt geen abonnement meer…) blijf ik hangen op de onzinnige programma’s van MTV.
Dan hoor ik een stem uit de badkamer….het is het bad. Joe! Ik kom eraan!
Ik vul het water met net iets te heet water dus sta ongeduldig op het badmatje te trappelen wanneer ik er nou eens in mag….in de tussentijd draai ik de tv maar richting bad. Zo mis ik niks van de bevalling van Snooki, zou toch wat zijn als ik dat mis zeg!
Na een kleine anderhalf uur in bad te hebben liggen rimpelen lig ik lekker op m’n bed m’n maaltijdsalade te nuttigen. Later zap ik door naar het spelprogramma van Jandino en Geer en Goor. Vooral tijdens het onderdeel ‘Schreeuwlelijk’ bescheur ik het.
Ondertussen stromen de succes-wensen via m’n telefoon binnen en vertellen meerdere mensen me dat ik moet gaan slapen. Het probleem is alleen dat ik momenteel ontspannen ben en dus niet moe ben. Ik zap door naar Comedy Central om de Roast van James Franco te gaan kijken. Rond 1 uur probeer ik dan toch echt in slaap te komen.

To be continued….

 

 

Midwinter Marathon Apeldoorn

06:50

M’n wekker gaat en m’n scherm verteld me dat ik vandaag de Midwinter Marathon in Apeldoorn ga lopen, ik druk op snooze of ‘sluimeren’ zoals mijn telefoon dit noemt. 5 Minuten later en de 5 minuten daarna herhalen we dit tafereel om vervolgens pas een uur later m’n bed uit te stappen. Na een snelle douche en twee koppen koffie stap ik op m’n fiets richting station. Zoals altijd maak ik van te voren een screenshot van de tijden van de trein die ik moet hebben. Deze geeft aan dat ik om 9:02 de trein op Almere Buiten moet hebben waarmee ik in Hilversum op spoor 1 aan kom, op ditzelfde spoor pak ik dan m’n aansluiting naar Amersfoort, daar heb ik wederom een overstap, wederom vanaf hetzelfde spoor als waar ik aan kom, voor deze overstap heb ik 3 minuten.
Nou top dat moet goed gaan dus. In het eerste deel van de rit eet ik alvast twee broodjes kaas en drink wat water.
In Hilversum kom ik inderdaad aan op spoor 1 maar toch bekruipt me het gevoel dat er iets niet helemaal klopt. Ik kijk nog eens op de app en die blijft hetzelfde aangeven, toch kijk ik nog even op de informatieborden verderop. Mijn aansluiting komt dus aan op spoor 3 en ik zie hem al binnenrijden, godnondeju zeg, snel loop ik de trap af en schiet ik de andere trap op en heb nog net op tijd m’n trein. Nu zit ik in een tussenstukje van de trein en ga verder met het stalken van Erik. Ik verveel me de takke dus ventileer dat via whatsapp. Op Amersfoort stap ik uit en zie meteen een aantal hardlopers staan, dat is mooi want die moeten ongetwijfeld dezelfde trein hebben. Verderop zie ik een aantal mensen verdwaasd naar het informatiebord en de trein kijken, oke dat is vreemd….
De groep hardlopers loopt mij voorbij en stappen druk kletsend in de trein waar ik net ben uitgestapt. Vervolgens stappen ook die andere mensen weer in de trein, die zijn duidelijk samen met mij uitgestapt om ook die andere trein te pakken die we moeten hebben volgens de app. Ik vraag het nog na aan het meisje voor mij en die zegt ook met enige onzekerheid dat we dus niet uit hadden hoeven stappen want de trein is gewoon van dienstregeling veranderd. Nog geen minuut later zijn we alweer op weg. Dus én er was duidelijk geen overstap én het was geen overstap van 3 minuten. Wederom ging dit dus maar net goed. Ik ben blij dat ik op de weg terug straks in ieder geval met Anoek en Nikki meerij met de auto. Ik verveel me nog steeds en begrijp niet zo goed waarom en ook niet waarom ik me zo slecht kan afsluiten van mijn omgeving. Dan krijg ik eindelijk door dat m’n iPod nog steeds in m’n tas zit. Ook hier krijgt Erik dus weer melding van. Allerlei nutteloze berichten, maar ik moet toch ergens heen met mijn verveling en onrust, sorry Erik!
Nog een half uurtje treinen, nu gelukkig lekker met muziek die mijn gehoorgangen vult, en dan nog een stukje met de pendelbus.
De website gaf nergens aan hoelang de pendelbus erover doet dus mede daarom ben ik meer dan ruim op tijd al in Apeldoorn. Ik loop met de mensen mee richting pendelbus maar naarmate ik dichterbij kom hoe onrustiger ik wordt. Ik ben zo ontzettend slecht in het wachten op bus, trein, wat dan ook. Ik zie dat er ook een groep mensen gaat lopen, volgens Maps is het zo’n 20 minuten lopen en die tijd heb ik wel. Toch loop ik door naar de pendelbus omdat dat nou eenmaal mijn plan was. De bus komt eraan en ik draai me om om toch aan te sluiten bij de wandelaars. Ik loop nou eenmaal liever en daarbij ik moet ondertussen toch best nodig plassen dus blijf liever in beweging.
Ik ben dan niet zo’n ontzettend snelle renner maar ik wandel wel vrij snel. Ik loop dus al snel tegen de staart van de wandelaarsgroep aan en ik sjok er verveelt achter aan.  Als ik uiteindelijk in de rechte winkelstraat in de verte meer wandelaars zie ga ik in mijn eigen tempo lopen. Later komen er vanaf alle kanten lopers aan en zie ik ook de pendelbus aankomen, dit waren zeker geen 20 minuten.
Voor Orpheus staan er een aantal dixies en ik besluit meteen aan te sluiten in de rij. Nadat ik ben verlost van mijn te volle blaas wacht ik semi geduldig totdat ik bekende gezichten zie. Door het raam zie ik binnen wel een groep Social Milers staan maar geen bekenden. Dan zie ik Nikki, Anouk en Erik aan komen lopen. Er wordt gezoend, geknuffeld en gelachen, de toon is dus meteen al gezet. We gaan naar binnen en zoeken een plekje om ons om te kleden. Of in het geval van Erik en mij, om te gaan zitten en niks meer te willen doen. Anouk en Nikki lopen de 10EM en starten een half uur eerder dan Marlous, Sierd, Emma, Erik en moi. Marlous en Sierd hebben zich ondertussen ook bij ons gevoegd en Nikki en Anouk maken zich klaar om richting start te verdwijnen. Dit doen ze dan ook twee keer aangezien ze bij nader inzien toch niet via de rechterkant het pand kunnen verlaten. Het enige wat ik kan denken als zij weg zijn: pff wij zijn de volgende….
Alsof we naar de slachtbank moeten. Ik kijk Erik aan en schiet in de lach, we zijn echt zo ontzettend belachelijk onmotiveerd. Ik heb het in Egmond best zwaar gehad en last gehad van m’n knie, vandaag moet ik 4km verder lopen dan in Egmond dus ik maak me daar best ietwat zorgen om. Erik heeft al last van zijn blessure dus logisch dat ook hij niet staat te juichen.
Een half uur later staan Marlous, Emma, Erik en ik bij de start en we (Erik en ik) hebben nog steeds geen zin. Vervolgens zie ik Maaike en ren erachter aan, na een dikke knuffel loopt ze met me mee om bij ons te komen staan. Het startvak komt in beweging, we zijn dus van start gegaan. We wensen elkaar allemaal succes en een fijne loop. Ik twijfel nog of ik bij de groep zal blijven, voor hoelang ik dat kan volhouden dan. Zij gaan namelijk voor een rustig tempo. Ik kan dit op zich wel maar niet zo goed tijdens een race. Ook met oog op m’n volgende marathon wil ik toch kijken wat erin zit. Ookal heb ik wel al besloten om die marathon niet te gaan lopen met een pr als doel. Ik stap over de start en vlieg meteen al weg, oh….dat wordt niet samen lopen met de groep dus. Ik begin te zigzaggen tussen de mensen door in een poging uit de meute te komen. Ik loop lekker, niet eens zo snel maar ik ben tevreden. Ik heb nog een lange weg te gaan dus maak me niet druk. Bij de eerste verzorgingspost hijs ik m’n broek op en sla de rand om over m’n belt, zo zakt ie iig niet meer af. Vorig jaar was dit overigens hetzelfde liedje, ook toen liep ik in een tight waarin ik nog niet eerder had gelopen en ook die zorgde voor de nodige irritatie qua zwaartekracht en ook toen moest ik die even goed ophijsen bij de eerste drankpost, tot grote verbazing van de meneer die daar stond met zijn dienblaadje vol bekers drinken. Ik pak een bekertje water en neem een slok, lauw water…dit drinkt erg fijn weg. Ik spoel nog even m’n mond, gooi m’n bekertje richting prullenbak en loop door. Nou heb ik nogal de neiging om drankposten over te slaan maar ook bij de volgende post dwing ik mezelf toch wat te drinken. Ik ga weer voor het water en neem een grote slok, ditmaal is het water ontzettend koud. Ik pak meteen een beker lauwe thee en spoel het veels te koude water weg. Rond de 12km loop ik op het onverharde deel van het pad en herinner me dat ik vorig jaar op dit pad het eindelijk voor elkaar kreeg om Marlous en Marleen te spotten en uiteindelijk voorbij te gaan. Ik let eigenlijk niet heel erg op op de mensen om me heen en kijk dus verbaasd op wanneer ik “Hey” hoor wanneer ik iemand passeer. Het is Barbara, ook aan haar moest ik eerder op de route denken. Vorig jaar ging het helemaal niet lekker bij haar en moest ze op de hei afhaken. Vandaag loopt ze dus weer mee en ze zegt dan ook heel blij ‘Ik ben al verder dan dat ik vorig jaar kwam’. Ondanks dat het kletsen me ietwat zwaar valt en m’n tempo iets omlaag gaat vind ik het wel erg gezellig om een stuk op te lopen met Barbara. Na een kleine 2km geeft Barbara aan dat haar hartslag te ver omhoog gaat en ze een tandje rustiger gaat lopen, ik ga juist weer versnellen dus het onderonsje is voor nu ten einde. Na zo’n 15km verlaat ik het bosrijke gebied, sla rechtsaf en ga verder via de autoweg. Dit stuk is één grote klim, op vals plat. Vorig jaar had ik dit in eerste instantie niet door, begreep er niks van dat ik het inene zo zwaar had en amper vooruit leek te komen. Totdat ik de mensen om me heen net zo zag vechten en veel later zag ik hoe de weg heel sneaky omhoog liep. Dit jaar is dat dus geen verrassing meer en begin je met een hele andere instelling aan dit stuk. Vanaf ongeveer 10km loopt er een stel bij mij in de buurt waar ik me mateloos aan irriteer. Ze praten ontzettend veel en op een gegeven moment ben je dat best wel zat, maar wat me vooral irriteert is het feit dat wanneer ik hen passeer (niet doelbewust maar puur omdat ik toevallig op die stukjes net iets sterker blijk te zijn) zij mij meteen daarna aan weerskanten inhalen en me voor de voeten gaan lopen, keer op keer. Ook op dit stuk treffen we elkaar dus weer, ik passeer ze nog eenmaal en zoals verwacht komen ze me meteen weer voorbij en kan ik hun achillespezen nog net ontwijken. Aangezien ik het toch niet nodig vind om veel kracht te verspillen in deze klim neem ik zelfs wat gas terug, net genoeg om hen ver genoeg voor me uit te laten lopen zodat ik geen last meer van ze zal hebben. Ik ga tenslotte toch niet voor een snelle tijd. Waar ik me nu meer op aan het focussen ben is het feit dat vanaf dit punt mijn knie elk moment op kan gaan spelen.
Ik kom aan bij de rotonde, vanaf hier is het nog zo’n 3,5km. Er staan mensen langs de rotonde en ondanks dat ik ze niet ken toch geeft het even een kleine boost. Ik zie iemand staan die met een telefoon foto’s maakt en roept: Hoe gaat het?! Achter me hoor ik een vrouw antwoorden: Het gaat goed! Heel goed! ik moet glimlachen vanwege de blijdschap die ik hoor in haar stem. Ze komt me voorbij en ik denk goh liep ik er nu nog maar zo bij zeg. We dalen eindelijk weer af maar ik voel niet de neiging om te versnellen, iets wat erg makkelijk is op een stuk waar je naar beneden gaat maar ik wil niet te hard landen op m’n knie. Ik heb nog steeds geen problemen met m’n knie en dat wil ik graag zo houden. Dan breekt het laatste stuk aan en ik voel dat ik aardig leeg ben. Ik hoor mijn naam en kijk om, Kim heeft me gezien en roept me, we zwaaien en ik zet vervolgens mijn sprint in. Ik sprint tot ik letterlijk niet meer kan, met eigenlijk nog één stap te gaan tot de eerste mat stopt het lichaam ermee. De snelheid is eruit, ik wandel de volgende twee matten over en duik meteen naar links om daar tegen het hek op de grond te gaan zitten. Het kost me voor mijn doen best wat tijd om op adem te komen. Als ik weer opsta loop ik bijzonder wankelig tussen de mensen door, m’n zicht is iets wazig en zodra ik mijn handen tot vuisten bal merk ik dat mijn vingers opgezwollen zijn. Ik haal mijn medaille op bij de tante van Marlous en loop naar de drankpost voor een koppie thee. Ik ga op de stoeprand zitten en pak m’n telefoon erbij. Ik weet dat mijn finishtijd automatisch op Facebook vermeld is en die wil ik zelf wel even zien, ter bevestiging van wat mijn horloge aangeeft. Bij het zien van de reactie van m’n moeder is het breekpunt een feit. En daar zit ik dan, huilend op een stoepje. Die eindsprint heeft veel van me geëist en de zorgen om m’n knie zullen ongetwijfeld een groot onderdeel zijn van de tranen.
Geen enkel moment tijdens deze 25km heb ik pijn gehad in mijn knie dus de opluchting is groot. Nou weet ik wel dat als ik wel pijn heb dit ook vrijwel na een dag weer weg is maar leuk is anders.
Ik ga voor een tweede bekertje thee want de hulpverleners houden de lopers in de gaten dat ze niet te lang blijven zitten zodat ze niet teveel afkoelen. Ik ben zelf van mening dat dat bij mij nooit zoveel invloed op me heeft en ik wil wachten op Marlous, Erik en Emma. Ik loop met m’n bekertje thee iets terug richting finish, daar zie ik ze net binnenkomen. Zodra ze mij zien begint m’n onderlip alweer te trillen. Als ik dichterbij kom zien Marlous en Erik al hoelaat het is, Marlous slaat dan ook meteen d’r armen om me heen en ik zeg door m’n tranen heen dat ik helemaal stuk ben. Erik neemt m’n bekertje thee maar uit m’n hand voordat ik alles over de rand tril. Daarna knuffelt Erik me nog even en zegt iets in de trant van Wat sta je nou weer te janken joh?! Met z’n drietjes lopen we terug naar Orpheus. Binnen komen we allemaal weer bij elkaar en aangezien ik in de tussentijd al op Instagram had geschreven dat ik huilend op een stoepje had gezeten krijg ik meteen een dikke knuffel van Anouk. We moeten allemaal weer heerlijk lachen om mijn zoveelste emotionele aktie. Marlous trekt even een andere shirtje aan en maakt zich klaar voor de 8km die straks van start gaat, die loopt ze ook nog even mee als haas van Monique. Erik, Nikki, Anouk en ik gaan naar Marlous d’r woning om te douchen.
Nadat iedereen uitgerend en gedoucht is verdelen we ons in diverse auto’s en komen we weer samen bij de pizzeria. We kletsen bij over onze gelopen afstanden, eten heerlijke pizza’s, hebben ontzettend veel lol en er worden propjes gegooid. Een fijn volwassen samenzijn dus. Hierna doen we nog even een drankje bij een café verderop en daarna gaan we toch echt richting huis. Eenmaal thuis bedenk ik me dat mijn fiets nog op het station staat en besluit dus nog maar een kilometertje te gaan rennen om hem op te halen…..en ook tijdens dit snelle stukje rennen heb ik geen last van mijn knie.
Een fijne afsluiter van een geweldige dag ❤

Oh en mijn tijd? Vandaag liep ik een pr, zo’n 2,5 minuut sneller dan vorig jaar.
Oh en die foto’s die gemaakt werden van die blije mevrouw op de rotonde? Dat zijn dus bekenden van Maaike en zodoende ben ik nu ook in bezit van de foto’s.

pixlr_20160213152050317