Mijn zevende marathon: Litouwen

Woensdagmiddag 7 september

Stefan, Gerben en ik reizen af naar Station Weert, het mooiste stationnetje dat ik ken, en worden daar opgewacht door de zus van Gerben. Met de auto rijden we door naar Ospel, waar de ouders van Gerben wonen. Mamma Gerben heeft al een heel feestmaal voorbereid en we worden met open armen ontvangen. Nadat we onze magen met lekker eten hebben gevuld en lekker over van alles en nog wat hebben gekletst krijgen we van Gerben een rondleiding door zijn oude woonplaats. De plek waar hij is opgegroeid. Overal zit wel een verhaal aan vast. Erg leuk om zo door een woonplaats te wandelen en al die verhalen te horen. Eenmaal terug kakken Stefan en ik aardig in dus we liggen op tijd in bed, alleen kletsen we daar toch nog even door. Blijft gek zoiets, onwijs moe zijn maar als je dan in bed ligt toch hele verhalen op weten te drommen.
De volgende ochtend gaat de wekker al zeer vroeg. Omstebeurt sluipen we de trap af naar de badkamer en vervolgens richting keuken. We ontbijten, pakken onze koffers en wandelen richting bushalte. Hop de bus uit en de trein naar Eindhoven in, daar de trein weer uit en de bus naar Eindhoven Airport in.
Daar treffen we Lennert en Annemijn. Gerben en ik zijn als eerste door de douane. We zien dat er een probleem is met het poortje waar Lennert en Annemijn doorheen willen. Ze worden na controle van hun ticket doorgelaten door een grondstewardess. Ook Stefan wilt door datzelfde poortje en ook dat gaat niet goed. Dus ook hij loopt naar de grondstewardess. We staan er allemaal bij (op een afstandje dan) en kijken ernaar. Niemand kan het gesprek tussen mevrouw de grondstewardess en Stefan horen dus het enige waaraan we zien dat er iets mis is is het gezicht van Stefan. In de paar seconden dat het duurt zien we dat het goed mis is. Stefan kijkt alsof…..ja alsof wat eigenlijk? Dan pakt hij pijlsnel zijn ticket weer aan, pakt z’n koffer en….rent weg?!
Ehm…..
Lennert krijgt van de grondstewardess te horen dat er iets mis is met zijn ticket. Iets met een verkeerde vlucht zegmaar.
Geen van ons allen weet goed hoe te reageren. We lachen maar voelen ons ontzettend rot. En wat moeten we nou doen? Wachten? We besluiten unaniem om sowieso deze vlucht te pakken en af te wachten of Stefan ook nog mee kan met deze vlucht. Wanneer we in het vliegtuig zitten krijgen we te horen dat de vlucht vol zit (beetje vervelend dat we omringt zijn met lege stoelen de gehele vlucht..) en dat hij zaterdag pas kan vliegen.

We landen op Vilnius en we pakken een mini-busje naar het centrum. Daar vraagt Gerben de weg aan iemand dat wel the coolest kid in town moet zijn met z’n uber vette Optimus Prime tattoo op z’n kuit. We zijn iets te vroeg dus duiken een falafel tent in.
Eenmaal in het appartement wordt de kamerverdeling gemaakt en ploffen we allemaal onze spullen en onszelf ergens neer. Dan maar eens even de boel verkennen. We wandelen door mooie straatjes, drinken koffie bij één van de tig koffietentjes, pakken een terrasje, doen boodschappen en gaan om 10 uur ‘s avonds maar eens koken.
Ondertussen krijgen we te horen dat Stefan toch morgenmiddag al aankomt en besluiten we dat we in de ochtend het concentratiekamp Paneriai te bezoeken. Deze twee dingen staat overigens totaal los van elkaar..
Ik stuur een berichtje hierover naar mamma en zij verteld me dat de kans erin zit dat opa hier heeft gezeten. Opa heeft in meerdere werkkampen gezeten in onder andere Litouwen. Dit maakt het voor mij een stuk moeilijker. Dit wordt ook mijn eerste keer dat ik zo’n kamp zal bezoeken dus ik was al nerveus.
Na het ontbijt vertrekken we naar de bus. Na een stuk of tig haltes stappen we uit en blijken we wel de juiste lijn te hebben maar zijn we de verkeerde kant op zijn gegaan. Dus hop de bus weer terug en we beginnen gewoon opnieuw. Eenmaal bij de juiste halte is het weer zoeken geblazen, vanaf hier moeten we een stukje lopen. Dit ‘stukje’ mondt uit in zo’n 5 kwartier dolen door het immense bos. Lang leve Google Maps komen we dan toch uit waar we wezen moeten. Ik ben best wel spiritueel ingesteld dus onderweg praat ik tegen opa, of hij wel bij me wilt blijven en me wilt steunen wanneer het me teveel en/of te zwaar wordt. Verder probeer ik zoveel mogelijk om m’n gevoelens uit te schakelen en twijfel ik of ik me wel of niet moet openstellen, om m’n spirituele deurtje op een kiertje te zetten of niet. Het is een mooi park. De zonnestralen schijnen door het prachtige bladerendek van de bomen, de vogels fluiten en er vliegen vlinders in de rondte. Het enige dat je herinnert aan het niet te beseffen drama zijn de diverse monumenten en de overblijfselen van de ‘putten’. In het kleine maar overweldigende museum wordt het heel snel duidelijk dat dit geen concentratiekamp was. Dit was een vernietigingskamp, een eindstation. Gek genoeg verdwijnt wel die steen van mijn maag, want opa heeft hier in ieder geval niet gezeten. Maar de verhalen, foto’s en het beetje beeldmateriaal kan ik amper bekijken. Ik lees overal maar een beetje en kijk een klein beetje film. Ik kan het niet. Ik weet wellicht al te veel over dit tijdperk en de pijn en verdriet snijdt door m’n hoofd en lijf. Het enige dat ik met wazige ogen kan en wil lezen is over de tunnel die gebruikt is om te ontsnappen. Deze tunnel is eerder dit jaar door middel van sonar gevonden. Dit is nieuwe informatie en uitermate interessant en indrukwekkend.
Ik gooi wat geld in de donatiebox en Gerben zegt (vraagt) dat ik maar iets in het gastenboek moet schrijven. Ik knik en ga zitten………ja wat moet je schrijven, zonder in te storten. Even m’n neus snuiten en een paar keer diep ademhalen en dan schrijf ik iets in de trant van:

‘No words to describe what to feel.
We must never forget. Love all ♡
Annemijn, Lennert, Gerben & Eva.
The Netherlands’

Ik loop naar buiten en Gerben zit verderop op een bankje voor zich uit te staren, ik laat hem maar even. Ook ik pak even een momentje om bij te trekken.
Wanneer iedereen buiten is lopen we van monument naar monument, van de ene plek waar mensen werden vermoord en verbrand naar de andere.
Ondertussen verzamel ik allerlei (kiezel)stenen als souvenirs voor m’n moeder, m’n tante en mezelf. Wij hechten hier heel veel waarde aan, dat zal dat beetje Joods bloed wel zijn dat door onze aderen kruipt.
Ik hou me bijzonder goed maar kan niet overal meteen antwoord op geven. Soms geef ik gewoon het plattegrondje of mijn telefoon (ik heb foto’s gemaakt van de plattegrond bij het museum waar de Engelse vertaling bij staat) aan Gerben omdat ik dan gewoon simpelweg niet kan uitspreken wat daar was gebeurd (pas wanneer ik de week erna bij m’n moeder thuis ben en m’n verhaal begin te vertellen stort ik in).
De terugweg gaat zoals altijd sneller, nou ja normaal lijkt het sneller te gaan maar nu waren we in 30 minuten alweer terug. Tja we hadden voor de grap niet gelezen dat we moesten overstappen op een andere bus in plaats van door het bos te wandelen. Ach ja….

Kuil waarin de Burners Brigade gevangen werd gehouden. Deze 80 gevangen (76 mannen en 4 vrouwen) hadden de taak om de lijken te verbranden. De 'ladder' werd gebruikt om daar vanaf de lichamen in het vuur te gooien. Begin 1944 begonnen zij met het graven van een 30 meter lange tunnel waar op 15 april 1944 12 gevangen door zijn ontsnapt. De rest werd of doodgeschoten tijdens de vlucht of bleven achter. Halverwege dit jaar hebben onderzoekers met behulp van sonar de tunnel weten te lokaliseren
Kuil waarin de Burners Brigade gevangen werd gehouden. Deze 80 gevangen (76 mannen en 4 vrouwen) hadden de taak om de lijken te verbranden. De ‘ladder’ werd gebruikt om daar vanaf de lichamen in het vuur te gooien.
Begin 1944 begonnen zij met het graven van een 30 meter lange tunnel waar op 15 april 1944 12 gevangen door zijn ontsnapt. De rest werd of doodgeschoten tijdens de vlucht of bleven achter.
Halverwege dit jaar hebben onderzoekers met behulp van sonar de tunnel weten te lokaliseren

Terug naar het appartement, feestmutsen op, toeters in de hand en verstoppen in de huiskamer, want Stefan is here! Gerben haalt hem op van de bushpixlr_20161105215127156alte en wij onthalen hem met veel blijdschap en gelach. Geen enkele toeter doet het maar dat mag de pret niet drukken. We eten Mexicaans bij No Forks, waar ze stiekem toch vorken hebben. Hierna hebben we afgesproken met twee jongens van de Runglorious Bastards. Een crew uit Vilnius. Het klikt al vrij snel en we struinen een paar bars af. In de laatste bar komt ook Sunny binnenlopen. Sunny zal zondag ook de marathon lopen. Uiteindelijk taaien Lennert, Annemijn en ik als eerste af.

 

Vandaag is het dan zover: we gaan onze startnummers ophalen! Eerst lopen we een beetje over de expo. Nou ja ik laat alles eigenlijk een beetje links liggen en duik alleen de Nike stand in. Daar koop ik na heel wat wikken en wegen, wel die shirtjes of niet, die schoenen of die, een paar neon groene Nike’s.
Het startnummer komt samen met een leuke stoffen aardig gevulde tas én een mooi Nike shirt. Heb ik toch een shirt..
We beplakken een aantal bloempotjes op de expo met Running Junkies stickers en ploffpixlr_20161105215225772en dan neer op een bankje in het aangrenzende parkje. Beetje mensen kijken en gewoon zitten eigenlijk. Eenmaal terug in het appartement vallen we allemaal in slaap, geen shake out run dus. Eind van de middag treffen we de jongens van Runglorious Bastards weer. We houden onze eigen pasta party. Het is ontzettend gezellig en we kletsen en lachen er op los. Zij zijn het helemaal niet gewend dat een crew (of hardlopers überhaupt) contact met hen opneemt om af te spreken. Ook het hele ‘Bridge the Gap’ kennen ze niet maar willen er alles over weten en raken steeds enthousiaster. Dan is het toch echt tijd om terug te gaan. Voorbereidingen treffen voor morgen en enigszins op tijd naar bed.

Heel vroeg in de ochtend worden we langzaam aan wakker. Gerben heeft op zaterdag al pannenkoeken staan bakken dus we hoeven weinig te doen qua ontbijt. Nou ja het wegkrijgen, dat dan weer wel. En dat heeft niks te maken met Gerbens kookkunsten want daar is niks mis mee. Maar eten zó vroeg op de morgen, ja dat gaat me niet zo best af en de pannenkoeken zijn vrij machtig dus met moeite weet ik er eentje te verorberen. Puur omdat het moet maar een tweede daar waag ik me niet aan. Ik ga douchen en maak me klaar. Wanneer iedereen zover is is het tijd om richting Katedros Aikštė (Cathedral Square) te gaan.
Daar ontmoeten we wederom de Runglorious Bastards. Na een groepsfoto en een bezoekje aan de Dixie verplaatsen we ons naar de startvakken. Het volkslied van Litouwen wordt gespeeld en ik zie verschillende vlaggendragers met alle nationaliteiten die meedoen. Onderweg raken we Lennert, Stefan en Gerben al kwijt, die staan in startvakken voor ons. Annemijn loopt de halve marathon en start vanuit hetzelfde vak als waar ik uit start. Ik ben bloednerveus en eigenlijk wil ik helemaal niet van start gaan. Annemijn moet lachen want de paniek slaat haast toe wanneer we van start gaan: oh er wordt afgeteld! Oh dat is het startschot! Oh de start is hier al!!
Ik loop een stukje op met Annemijn maar dan wijk ik, nadat ik haar succes heb gewenst en roep Tot straks!, uit naar links om me uit de meute te worstelen en toch even wat tempo te maken om een lekker plekje uit te zoeken. De marathon bestaat uit twee dezelfde rondes dus de eerste ronde gebruikt ik gewoon om te kijken waar de knelpunten zullen zitten in de tweede ronde. Ik vind het een leuk parcours. Er zit van alles in. Ik dwing mezelf ook echt om om me heen te kijken, om de omgeving te observeren. Die afleiding heb ik ook nodig. Op zo’n 12 kilometer begin je aan een lus, ook dit soort voor de nodige afleiding want ik zoek tussen de mensen naar Gerben, Stefan, Lennert en wat Bastards. Ik spot ze allemaal, we zwaaien en roepen. Wanneer ik bezig ben om de lus te verlaten kijk ik wederom naar de andere kant. Dit keer ben ik op zoek naar Annemijn. Ook haar weet ik te vinden en we geven elkaar een highfive.
Wanneer ik weer in het centrum ben is het vreemd om te zien dat het heel anders is afgezet als dan wat wij gewend zijn in Nederland. Veel winkelende mensen weten niet dat er een marathon gaande is en lopen dus gewoon de straat over. Ook loop je rakelings langs terrasjes. Ik passeer het gemeentehuis en uit de boxen klinkt een nummer van de Foo Fighters. Hier wordt ik blij van.
Ik ben nog steeds soort van blij wanneer ik weer op het plein aankom want ik voel me goed genoeg om de tweede ronde in te gaan. Iets waar ik zo mijn twijfels over had. Tevreden begin ik aan m’n tweede ronde. Op naar het stuk langs het water, oh ja eerst een stukje met grote gladde keien. Ik loop de marathon altijd op Lunarglides (Nike). Ik vind het een super fijne schoen maar de zolen erg glad, dus het stukje keien is niet bepaald mijn favoriete stukje. De brede straat die ik in de eerste ronde zo fijn vond vind ik nu een stuk minder. In de eerste ronde was het deelnemersveld hier nog niet zo extreem uit elkaar gevallen én liepen de halve marathoners ook nog mee. Nu is het een haast uitgestorven straat. Ondertussen is ook de zon doorgebroken dus alles bij elkaar maakt het ietwat lastig allemaal. In de eerste ronde heb ik met mezelf afgesproken dat ik de klim die op 9km zat en nu dus op 30km zit wandelend mag doen. Maar eerst nog door het mooie pad met de metershoge naaldbomen aan weerskanten. Dan is daar de klim, ik mag wandelen maar besluit te blijven rennen. Tot die boom en dan mag ik wandelen, maar ik blijf het punt waarop ik mag wandelen uitstellen en voor ik het weet sta ik bovenaan, om vervolgens te gaan wandelen. Het stuk richting centrum gaat op zich aardig tot ik weer bij het begin van de lus aankom. Dit keer geen hordes met mensen die aan de andere kant langs je lopen maar her en der een marathonloper die het zwaar heeft en het merendeel is aan het wandelen. Dit maakt het voor mij ook bijzonder moeilijk om te blijven rennen. Ik besluit hier dan ook een stuk te wandelen. Mijn hoofd begint te vertellen dat ik niet meer wil en ik baal er een beetje van. Ik ga niet voor een tijd, ik ga puur voor uitlopen. Dat het zwaar zou zijn wist ik van te voren dus daar ligt het probleem ook niet maar dat mijn hoofd nu gaat lopen miepen over dat ik geen zin meer heb en me begin te vervelen dat was niet de afspraak. Ik ben ondertussen weer gaan rennen en passeer een man. Deze man spreekt me aan en ondanks dat hij het duidelijk ook zwaar heeft is hij super enthousiast. Hij spreekt Litouws dus ik moet aangeven dat ik hem niet versta. Ondertussen rem ik wat af. Hij komt uit Litouwen, is net 50 jaar en loopt zijn eerste marathon. We kletsen gezellig wat en ik loop ongeveer een kilometer met hem op. Zijn doel is om binnen de 5 uur te finishen, ik kijk op mijn horloge en probeer snel wat te rekenen. We moeten nog 6km en dat moet ie ruimschoots halen in zijn streeftijd. Wanner ik hem dit vertel zie je hem nog meer opfleuren. Even later gaan we uit elkaar. Met een goed gevoel loop ik in mijn eentje verder. Op zich had ik de laatste kilometers best samen met hem uit willen lopen maar aan de andere kant ben ik ook opgelucht dat hij voor een pitstop ging en ik verder kon want het ging me toch echt te langzaam. Wanneer ik weer in het centrum aankom is de situatie nog niet veranderd. Nog steeds open mensen zomaar de straat over. Zo steekt er een man met hengel zo ineens over, voor m’n gevoel sta ik op het punt om een haak in m’n lichaam te krijgen maar het gaat net goed. Vol verbazing loop ik door, de man in kwestie heeft niets in de gaten. Zo te zien is hij gefixeerd op het mooie visplekje aan de overkant en ziet ie niet waar hij zojuist doorheen gewandeld is. Even later stuit ik op verschillende mensen met tassen vol nieuwe aankopen. Het vervelende is is dat ik lang niet meer zo wendbaar ben dan kilometers geleden. Gelukkig gaat iedereen net op tijd opzij want ik ben echt niet in staat om ze te ontwijken. Gelukkig zou ik er ook niet keihard tegen aanlopen maar zou het een zeer lullige botsing zijn met heel weinig impact. Alleen het weer op moeten starten zou vervelend zijn. Bij het gemeentehuis is er nog steeds muziek maar jammer genoeg geen Foo’s, daar had ik toch een beetje naar uitgekeken. Wanneer ik nog 2,5km moet is er weer een klim, hier wandel ik. Een vrouw langs de route spreekt me aan. Ook zij begint in het Litouws maar schakelt snel over naar het Engels. Ze vraagt hoeveel kilometer ik nog moet en hoelang ik al onderweg ben. Ze reageert uitermate trots op mijn antwoorden. Ze stuurt me weg met de woorden: And now go! You go girl! Do it for the Dutch! Girlpower!!!!
Ik steek een vuist in de lucht en roep Girlpower! en begin weer te rennen. Heerlijk dit soort mensen.
Nog een klein stukje en dan heb ik hem gehaald. Net als in Enschede moet ik dit ook echt tegen mezelf zeggen want ondanks dat het wederom zwaar was voelt het toch niet als 42,2km. Al ben ik wel op. Moe, leeg, hongerig maar voldaan. Ik stap over de finish, gooi m’n hoofd in m’n nek en sla m’n handen voor m’n gezicht. Ik slof door naar de mensen die staan te wachten met de medailles. Het meisje geeft me een hand om me te feliciteren. Ik hou haar hand in de mijne en bedank haar weer op mijn beurt. Dan hangt ze die grote medaille om mijn nek, wat is ie mooi!
pixlr
Nadat ik de rest weer heb gevonden, of zij mij, wisselen we tijdens het wandelen naar het appartement onze ervaringen uit. Iedereen springt snel onder de douche en dan door naar onze volgende dinerdate met de Bastards. We toasten op onze overwinningen en nemen na het eten afscheid van elkaar. Dit zal vast nog een vervolg krijgen. In Amsterdam, in Litouwen of waar dan ook.

Op de laatste dag hier in Litouwen besluiten we naar Trakai te gaan. Om het Island Castle te bezoeken. We strompelen de bus uit en waggelen de kleine 2km naar het kasteel. De omgeving is prachtig. Ik geniet met volle teugen. Het leuke van een kasteel is bijvoorbeeld al die ongelijke smalle (wentel)trappetjes, erg leuk een dag na je marathon. We ondergaan alles dus ook haast in slow motion en slaken her en der een kreetje of een kreun. Na ons bezoek aan deze prachtige plek bezoeken we de Gediminas Tower of the Upper Castle, deze staat ook op de medaille afgebeeld en het lijkt ons een mooie locatie om een groepsfoto mét medailles te maken.

pixlr_20161108194620810 Nog een laatste etentje bij Bukowski en dan is het tijd om de koffers weer in te pakken. Dinsdagochtend vliegen we vroeg in de ochtend weer terug naar Eindhoven.
Het waren mooie dagen met een bijzondere marathon, vol mooie herinneringen en nieuwe vriendschappen.


Oh en de man waar ik rond de 36km een stukje mee gelopen heb? Die heeft zijn streeftijd met zo’n 15 minuten verpulverd! Hij kwam ongeveer 10 minuten na mij over de finish en mijn eindtijd was 04:34:45. We hebben elkaar niet meer gezien maar we zijn dezelfde dag nog Facebook-vrienden geworden.

 

Advertisements

Published by

Eva Boomgaard

Just a crazy bubbly girl with two cats | musicfreak | wannabe athlete | creative mastermind | loving restless soul | love2laugh | WM3 supporter 4 life

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s